Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

73

II.

Nap de la Mar.

Amsterdam, 20 Dec 24.

Weinig figuren in ons Plankenland zijn zoo „populair" als Nap de la Mar, die nu binnenkort zün 40-jarig jubileum gaat vieren, en büna géén is er waarschjjnlük zóó miskend: miskend in zijn allerbeste kwaliteiten, die pas te voorschün komen, en dan nog met heel veel moeite, in de intimiteit van zün binnenkamer, bü een glaasje van het-eenof-ander, dat de bitterheid om 's levens wreede spel voor een wüle heeft weggespoeld.

Als men Nap zoo hoort vertellen, zoo langs zün neus weg, spottend om alles en om zichzelf, om zü'n kinderlü'ke verlegenheid ook, die slechts af en toe omhoog stuwt "tot een verwonderüjk enthousiasme waarin de waarlijk groote en fijngevoelige kunstenaar, van achter het clowneske masker uitrijst, dan vraagt men zich af: „Waarom is deze acteur bü de gratie van een zoo eerlük en groot talent niet méér gebruikt voor dingen, die hem waardig zü'n?"

Nap geeft er zelf het antwoord op:

Zoon van een groot acteur, speelde hü reeds op 5-jarigen leeftijd zijn eerste kinderrol; kort daarna, in 't Grand-Theater bü v. Lier trof hem het ongeval, waardoor hü voor een deel het gebruik van zü'n linkerarm moest missen. „Ze waren toen nog antiek", zoo vertelt hü, „en als je geen ridder kon voorstellen, en door een of ander lichaamsgebrek was gehandicapt, dan lag je er onherroepelijk uit". Het is dan ook allereerst om die reden geweest, dat de la Mar zich op het „komieke" genre ging toeleggen. Directeur Levin van het Rembrandt-Theater ontdekte zü'n talent in die richting. De man leed echter aan een kwaal, waardoor hü' op de gewichtigste momenten in slaap sukkelde. Zoo óók bü het proefzingen van Nap de la Mar (liedjes, die* hem overigens totaal niet „lagen"). Groote consternatie: Nap dacht al, dat hij nu wel voorgoed zün biezen kon pakken, werd echter geëngageerd, doch kon op den eersten avond van zün optreden, als éérste op het programma (een ware bezoeking voor een komiek) van zenuwachtigheid geen woord uitbrengen. Het werd een fiasco en binnen enkele dagen stond hü op straat. Voor langen tijd. Toen kwam, tegen een zéér lage gage, een engagement in Rotterdam, bü Soesman, waar hü eenigszins „verwerkelijken" kon „wat hü als acteur meende te moeten brengen". Dit was het begin van zün roem, later bevestigd door zün samenwerking met Speenhoff. Koos was toen de, vrgwel overal geweerde „onzedelü'ke man" („precies wat ik nu ben", zegt mü'n gastheer), en

Sluiten