Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

75

paarden, licht en kleur, de danseuses, dat verrukkelijke turf-molm, dat uit de „piste" omhoog spat, goeie, geestige clowns, die hij waarlijk niet minder schat dan de eerste komieken in de groote schouwburgen, en dan een man als de oude Oscar Carré, dien je waarlijk als fantast en organisator niet moet onderschatten ,in frac met zijn hengsten! „Een paard

is een paard", besluit Nap, „en het heele circus is een openbaring "

Eén ding is er, dat Nap de la Mar's liefde voor het circus evenaart: dat is het tooneel te Parijs. Hij zag er nog onlangs Lucien Guitry, en raakt daar niet over uitgepraat: die soberheid en distinctie, het feit, dat zoo'n

man met „niets" een heele zaal weet te boeien Ban: de dialogen,

waarbij de spelers op elkaar schijnen „afgestemd", terwijl men hier in alle toonaarden door elkaar praat. „Nergens", zegt hij, „wordt zóó tooneel-

gespeeld als in Frankrijk " En hij vertelt er zoo het een en ander van,

van het Théatre Antoine, van de Grand Guignol, tot de kamer er vol van is, vol en licht van beelden en illusies, zooals het publiek ze zeker van Nap de la Mar niet kent

Sluiten