Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

90

Belangijker in dit verband, want van het juiste punt uitgaande, is de reeds genoemde dichter-schilder Alb. A. Plasschaert. i

Een modern kunstenaar (de letterkundige nog minder dan de plasticus) kan een zekere kennis van de wetenschap nauwelijks ontberen: de wonderlijke evolutie der atoom-theorie b.v., van de „bouwsteenen der stof", lijkt me een onmisbaar element (zü het alleen als bron van inspiratie voor den immers helderziende, die de détail-kennis gerust verwaarloozen kan en zelfs moet) voor „moderne kunst". Evenmin als dit, kan hü ontberen de toetsende liefde, die begenadigde smeltkroes, waarin het in onhoudbare hoogspanning verworven en meegedragen „weten" kan worden gestort, om er in een nieuwen vorm, als levend eigendom-van-twee uit te herrüzen. Hü kan niet missen het één noch het ander, omdat hü niet mag verwaarlozen het durend, levend contact met het leven zélf waaruit slechts „moderne" kunst kan kristalliseeren.

Aldus is Plasschaert (meer dichter dan schilder, en bovenal filosoof en moralist) groot en belangrijk. Uit zün leven, naar alle zü'den open, luisterend naar de leemten en verlangens van zün tijd, waaraan hü, gansch overgegeven, zonder persoon1Ü k e n wil dan die tot de harmonische compositie, zü'n teekenstift dienstbaar maakt, kristalliseert zü'n kunst. Is dat leven dus goed en nobel, bezield van een levend ideaal, dan zal de kunst, die er met technische bekwaamheid, en overigens: luisterend, uit wordt opgeteekend, goed en nobel zü'n en: „evangelisch".

Aldus begint hü' zijn lijnen te zetten (men zou zeggen in transe), die zich, bijkans buiten hem om, vormen tot het Beeld, waarin het bezielende Beginsel gansch zuiver, want zonder persoonlijke wil-complexen is uitgesproken.

Dt wil de kosmische beteekenis van Plasschaert's filosofische Boodschap hier niet verder bespreken. Duidelü'k ziet men in het bovenstaande hetzelfde onontbeerhjke contact tusschen leven en arbeid, dat ik bü' de bespreking van Oostersche kunst aanwees.

En eigenaardig is wel, dat Plasschaert in zekeren zin een echo heeft in de wereld der letteren, waar Lodewük van Deyssel (overigens „picturalist" in hooge mate) op soortgelüke wü'ze

Sluiten