Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

96

nemen opdat we zullen veroveren, die vluchten opdat we zullen jagen, die belooven opdat we zullen verlangen, die teleurstellen opdat we zullen missen en hunkeren.

Als de vrouwen züt ook gij, nüjn Zinnen: wie zich niet aan u verloren geeft kent niet de heilige dronkenschap der opperste belüdenis. Wie zich aan u verloren heeft, ligt reeds verpletterd ter aarde.

Wie zal nüj zeggen hoe ik u leiden moet? Onder de strenge hand züt ge gedwee als lamimeren en ge voert uw meester naar Slotereujk zoo zeker en rustig als de paardentram. Onder de weifelende hand züt ge gewillig als een kleine wervelwind^ die rond-draait pluizen en papieren in een armzaligen cirkelgang; alleen den sterke, die de teugels viert om het onmogelüke te bereiken, verklaart gij den strüd op leven en dood. En alleen hü zal weten wat dat is: Dood en Leven

Zal ik nog eens uw Meester zün? Wie zal ooit wéten, vóór zün dood, of hü de Meester was van een vrouwenhart? Wie zal ooit weten, zoolang hü waarUjk lééft, of hü Meester is over U?

Sluiten