Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

129

HL

Credo.

Schrijver. — Zoo ben ik dan, tot nüjn eigen verrassing, gekomen tot de volslagen erkenning van het Sacrament des Huwelijks.

Lezer. — Van het kerkelijk of wettelijk huwelijk dus?

Schr. — Van die verbintenis van éenen man en ééne vrouw, waarvan het criterium in elks indivddueele gevoelssfeer ligt. Zoo'n verbintenis behoeft geen uitwendige bezegeling, altans niet in een tüd als de onze, waarin het of f icieele in Kerk en Staat alle competentie in dit opzicht mist. — Ik ben hiertoe gekomen door een wetteloos leven van „bekoorhjke" dwaling, waarvan ik u van tijd tot tijd deelgenoot maakte, en niet alléén in theorie: de praktijk schikt zich wonderwel...

L. — Vanzelf?

Schr. — Integendeel: omdat ik het wil. Onze natuur is dualistisch, en het „mannetje" of „wijfje" in ons wil, als regel en naar zü'n aard, anders dan de Mensch.

L. — Hoe weet u dan, dat het goed is wat u „wilt"? Hoe kwam u tot die overtuiging?

Schr. — Niet alleen langs inductieven weg, d. i. langs den weg van het „geloof" in een theorie, die ik als het verlossend Evangelie voor dezen tijd beschouw. Ik zou u in de historie en in onze onmiddelHjke omgeving de honderden bü name kunnen noemen, wier leven, wier scheppende activiteit gebroken was nadat ze die ééne hadden verloochend. Er zü'n bloemen, die maar ééns in de honderd jaren bloeien. De mensch bloeit slechts ééns in zü'n leven ten volle. En als de plant, die reeds wortel schoot wordt overgezet in andere aarde, draagt ze niet meer de vruchten harer bestemming.

L. (glimlachend). — Hoe wéét men, dat het ,4e ééne" is?

Schr. — Zooals ik u zei ligt het criterium daarvan in elks eigen gevoelssfeer. Ook het verstand zwügt hier stil. Het be-

Sluiten