Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

147

heid" (een even gelukzalige toestand als die der extase, alleen nog gevaarlijker!), en dat is jammer.

Ik offerde dus mün dessert van macaroni in melk voor de inspiratie. Op mü'n uittocht kreeg ik een zéér trieste indruk van die juffrouw, die daar als een spinnetje in haar half-donkere vestiaire zit, op de loer naar „garderobe". De menschen hangen hun jasjes echter bever over hun stoelen: de dubbeltjes zün ons véél te lief tegenswoordig! (Ai, ai, waarom bespot ik nu de zuinigheid ? Bewuste zuinigheid is toch even schoon als bewuste losbandigheid???) Eenmaal buiten, in een duisterende straat met heldere vóór-Bomersche geluiden, steeg die triestheid tot een ware levenswanhoop. Was ik weer alleen?: met de heele avond en de heele nacht en de heele wüde wereld (zoo hopeloos leeg rondom de zekerheden der persoonlüke verhoudingen!) vóór me?? Is een dergehjk gevoel ... „burgerlek", in den beroerdsten zin van het woord?: een laffe vlucht voor het duizelingwekkende Oneindige in een beperkte veiligheid? Of is het eenvoudig de (dan wel dappere) erkenning van het nuttelooze der fictieve veelheid, die verstrooit en vervaagt... en van de heiligheid der gesloten twee-eenheid, waarin bewaarde kracht en welgerichte concentratie kunnen voeren tot een harmonische rust: kleine plek van bestreden en doorwrochte rust waardoorheen Gods hefde, zonder éénig persoonhjk opzet, wonderen verricht? Voorwaar: ook dit is een burgerlü'k ideaal! En ik herinner me nog levendig de tijd waarin ik op „zulke" menschen schold, die niettemin steeds voor ons, „kunstenaars", de onontbeerlü'ke toevlucht waren, waar we ons kwamen laven als „dappere" jagers aan de „nederige", maar koele bron...

Een ander genoegen waarop ik me in deze luttele dagen van alleen-zün heb betrapt is (nog steeds): het gesprek, in comfortabele omgeving, met een „geestverwant". Maar och... ze zün allemaal even arm als ik, en ze hebben allemaal dezelfde „problemen". Kracht geven we elkaar niet meer, nu het bravour van het „excentrieke" zoo'n nutteloos, vaak armzalig en zelfs „banaal" bijsmaakje heeft gekregen. Kracht geeft mün schoenmaker nüj méér, of de tram-conducteur: voorzoover hü tenminste geen „bewuste proletariër" is en over : ïuziek en organisatie praat, in plaats van over zün kinderen en zün wagen. Het is de kracht van de daad. Elke tüd heeft zün

Sluiten