Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

157

wel een gerechtvaardigde reactie zün op mü'n geestelü'ke „hoogheid", die langzamerhand mü'n eigen stiekeme sexueele defecten niet meer kan dekken. En hoe langer ik nu nog mü'n theorie van „de heiligheid der Vrouw, waarop de gansche samenleving rust" bhjf verkondigen, zooveel te méér korte rokken, vleeschkleurige kousen, café-scherts en „Pantheïsme" zich om mün stakkerig hoofd zal samentrekken. Tot de zondaar zich zal hebben bekeerd tot een soort dierhjke openhartigheid, waarin dan bhjkbaar alle oude schulden en onderbewuste (o Freud!, gij zult branden!) neigingen zullen worden schoon gewasschen. Mijn vrouw weet dit alles (met.negatie van mün volledig dichterhjk oeuvre!) nu wel met groote zekerheid. En zü is er zóó lief en zóó rein onder, dat ik niet kan nalaten haar telkens weer te beledigen. Blijkbaar schaarde ze zich (zü het onbewust) om mijnentwille aan den kant dezer libidindsten. Ik kan het echter niet aanvaarden. Daarvoor ben ik naar het schijnt een te verstokte hypocriet, daarvoor is mü'n „cultuur" te overmachtig en de afstand tusschen mün geestelüke theorieën en mün „onderbewuste" praktijk te groot! Stel je voor, dat ik al deze griezeligheden uit mün goedgesloten kelders zou opdiepen, en dat nog wel in de echtelüke sponde, waarin het zoo zalig rusten is

in het gevoel müner „superioriteit"! Nee, dan nog liever een

scheiding! Al wéét ik dan ook, dat, in dat geval, theorie en praktijk, in elk geestelü'k „gebed" en in elke practische bordeel-confessie zich nog verder van elkaar zullen verwüderen! Mien bood me haar bemiddeling aan, maar déze biecht, o heeren critici, die mün „eerlükheid" zoo hartstochtelük prijst, is moei-

hjker dan alle vóórgaande Er zü'n er wüzeren en beteren

dan ik, die in zoo'n geval een kwasi-theilige ascese hebben verkozen boven de pqnlijke verreiniging (de eenignmogelüke verreiniging) in den schoot eener schuldelooze vrouw!).

Ook op andere wüzen is er nog aan nuj „gewerkt". Een zekere Mej. X. ging me beschouwen als haar „geestelü'ken man". Dat. is méér gebeurd: n.1. jaren geleden door een zekere Mevr. IJ., naar wier geestelükheid ik toen iets te lang geluisterd heb! Deze X. was echter daarenboven een libininiste. Voor dat laatste vond ze contakt en een gretig onthaal bü mü'n vrouw (die steeds erop bedacht is mü uit mü'n schuilhoek te lokken); voor de

Sluiten