Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

158

„geestelijkheid" zocht ze echter mij. U begrijpt de situatie. Als anti-libinist en ter verdediging van de huiselijke rust moest ik Mej. X. de deur uitgooien. Wat ten gevolge heeft gehad, dat zich ergens in „American" (die vervloekte pantheïsten-kroeg) en in zwijgende tegenwoordigheid van mijn vrouw (sic!) een duel om mijnentwil heeft ontsponnen tusschen deze mijne geestelijke Zusters X en Y. Zoodat ik, om de eer van mijn vrouw te wreken, Mevr. Y moest gaan afrossen (X diende om der wille van haar Ubido-motorisch pantheïsme gespaard te worden) en ik nu, ergens in een verlaten kroeg, zit te schrijven, verstoken van alle vrouwelijke vriendschap, maar... met een vooralsnog onaangesneden „Onderbewuste"!

Zooals ge ziet, is dë kwestie zeer scherp gesteld (niet alleen voor mij, maar ook voor u!), en blijkt de moraal van mijn „Feestelijke Ommegang" wellicht toch nog eenigszins anders dan ik aanvankelijk vermoedde.

Wat nu te doen? Om der wille van de hier nog volgende gedichtjes *), die ik juist dezer dagen voor mijn lieveling schreef, zult gij, o vriendelijke en veel-begrijpende lezer, mij wellicht vergeven, dat ik het... nog niet weet!

Zalig, driewerf zalig intusschen die „jongere dichiters", die in dezen tüd nog kahn-weg de bloemen en de lente beschrijven, en na een vergadering van hun vakverbond rustig op hun pension-kamertjes kunnen gaan slapen! Ook zü verbeelden zich, dat ze „geroepen" zü'n, profeten en martelaren, en dat ze „het leven" kennen. En ben i k, in mün infernale isolement, soms zooveel wüzer dan zü'?! Evenmin als deze schuldelooze onwetenden kan ik immers volbrengen dat wat van ons, dichters, verlangd wordt..

*) Pag. 168 en 169.

Sluiten