Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

160

Tot een dergelijke felle tegenstrijdigheid komt het echter in den regel alléén bij sterk-uitgesproken naturen, „idealisten", die meenen een „taak" te moeten vervullen, en daarvoor het noodzakelijke klankbord, de noodzakelijke tóets-steen en weerstand in „den ander" vinden. Dat het echter tot vreemde excessen kan voeren, leert ons (d. w. z. dengenen, die „zien" kunnen) onze direkte omgeving. Zoo ken ik een vrouw, die met een soort nimbus van heiligheid en praktische naastenliefde is omgeven en onderwijl haar man, in een positie van minderwaardigheid, in „haar" eigen huis laat verschrompelen en verteren. Twee andere vriendinnen meenen zeer veel „in liefde" te moeten doen voor de (mannelijke) schipbreukelingen uit bun omgeving, en vernederen en verguisen daarmee hun eigen man in een algemeen erkende glorie van offervaardigheid. Aan den anderen kant is het een tè bekend verschijnsel, dat „artiesten" hun arbeid en hun roem en positie grondvesten op de (aldus) geëxploiteerde en geconsolideerde „minderwaardiigheid" van hun vrouw.

Intusschen: de „bedoeling" schijnt dat niet te zijn. Er zijn echtparen, die het verstaan zich geleMelijk, met voortdurende uitwisseling van hun individueele „winsten", te ontwikkelen, daarmee telkens terugkeerend tot het punt hunner ontmoeting, en, nog verder, tot de w o r t e 1 van hun twee-eenheid, waardoor één sterke plant van, mnerlnk-strijdige, samenwerking onstaat.

Zoo de derde lijn, de sluitsteen van dit verbond, echter niet tijdig wordt toegevoegd, verloopt inallegevallende tweeheid van ontwikkeling in het eindelooze-. De afstand tusschen de beide lijnen van ontwikkeling wordt dan (aan gene zijde van den echtelijken „groei") te groot, en het verbonden-zijn in het punt der ontmoeting een niet te dragen kwelling. De plant gelijkt dan een twee-stammige boom, die, topzwaar in haar beide, overweelderige kruinen, tenslotte op de radix scheurt.

De .^sluitsteen" van den driehoek (het kind, of de kinderen) kan deze scheuring voorkomen. Ze is aks het stoffelijk symbool van de uitwisseling, een hernieuwde ontmoeting, een hernieuwde steun. Zeer velen zien het echter niet aldus en zetten het proces hunner individueele „ontwiMceling"' ook dan nog taktloos vóórt. In dat geval (de praktijk leert het op beschamende wijze) worden de kinderen de beklagenswaardige slachtoffers.

Sluiten