Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

174

poorten zjjn kreet moeten hooren, wel, die heeft eenvoudig geen gevoel voor ware litteratuur, die uit nog iets anders dan letters en mooie zinnetjes bestaat. Ik zie heel goed de fouten van dit boek: het verwarde, het als een „olla podrida" door elkaar gesmetene, het aldóór egocentrisch met zich zelf bezig zün, het opvullen met oppervlakkige, haastige journalistiek, het vertellen van voor buitenstaanders totaal onbeduidende gebeurtenisjes, enz., enz,, maar, daar doorhéén gekomen, hoor ik toch telkens een accent van zóó zuivere echtheid, als maar heel zelden» in onze litteratuur gehoord wordt, en telkens metamorfoseert hier een gedegenereerde, verloopen Bohémien zich in een van scharlakenrood zoo wit als sneeuw geworden heilige, die, uit de huiverig heerlijke verreinigingen van Compunctio zijn God tot redding aanroept.

Hoort ge niet den humor, dra overgaand tot hoogen ernst, in een versje als dit, dat deze Bohémien schreef, toen hij, zwaar ziek, dacht te zullen sterven?

Aan mijn stervend Lichaam. Ik wend mij langzaam af, enz.

En is het niet heerlijk naïef en vroom, het volgende versje, dat hij schreef na een zenuwcrisis, waaruit een liefderijke geest hem tot het licht bracht ?

Liedje.

Wjj zjjn van éénen Maker,

Jij vogeltje op den tak,

Dat voor mijn raam je trillers slaat,

Die juichen in mijn hart.

Wij zijn van éénen Maker,

Die maakte naar Zijn wènsch

Jou tot een wonder vogeltje,

Mü tot een wonder mensch.

Ik zou gerust dit vers hebben durven voorlezen tusschen verzen van Johan Andreas dèr Mouw in, die ik onlangs voor de Vereeniging voor Wüsbegeerte en Oefening kweekt Kennis heb voorgelezen, en waarin een zelfde sentiment trilt.

Er staan in dit boek verschrikkingen, die de ontzettendste van het leven zijn, en die van Strindberg maakten wat hü in zyn hartverscheurendste drama's is: de verschrikkingen van de Liefde in het Huwelijk. Men kan hier gerust spreken van de veldslagen der Liefde.

„Dat is dus de vreugde in het huwelükl" roept hü uit, „puur verzet tegen den ander", en ook: „Zoo ziet u wel, dat liefhebben tot het einde stryden is." Zou Strindberg echter begrepen hebben: „Mijn vrouw is mü'n Satan, mqn spiegel en mü'n hoogste verlossing?" Maar wel wist hü waarschü'nlük,

Sluiten