Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

175

wat Alberts schrijft: „Daarom, vrienden, kregen wij de vrouw, die onze meest volkomen antipode is."

Ik geloof niet, dat ik een dichter en kunstenaar ken, die met over onbeschaamdheid héén tot biecht-eerljjkheid verreinde oprechtheid zóó alles uit z^jn persoonlijke leven belijden durft als dit Enfant Perdu. Zelfs dat, in de verwoede veldslagen der liefde, zijn vrouw en hij elkaar kastijden. Hij ziet zijn vrouw dan ook telkens als zijn „meedoogenloozen rechterstoel", maar men vergete daarbij niet, hoe hjj, in een brief aan „De Groote Dokter", waarin hij gewaagt van „mijn zondig, mijn eeuwig opstandig lichaam", deze roerende woorden schrijft: „En ik dank haar voor haar slagen, die kussen waren, en voor mijn wonden, die de litteekens zjjn van een matelooze teederheid." Lees nu ook eens den tragischen ernst en de tragische teederheid van het volgende:

Gedicht.

Mijn hand schrijft wartaal, die mijn hart ontkent, enz.

Uitvoerig — te uitvoerig somtijds — beschrijft de dichter hoe zijn vrouw telkens van hem wegloopt. Dan zit hij alleen, „eenzaam en besmeurd", dan belijdt hij, niets malende om wat het overige menschdom er van zeggen moge: „Ik ben me in de modder gaan wentelen, als van ouds. Het gemeene is nog altijd gemeen genoeg. Hoe is t mogelijk?" Maar onmiddellijk volgt er op: „God erbarme zich over ons!"

Het zou wel eens interessant zjjn, te hooren, wat een' psychiater van het zonderling geval Alberts zou denken. Ik schrijf dit met een tikje ironie, want ik weet, dat er eigenlijk maar één bevoegde, onfeilbare psychiater is, en wel Hij, „de Groote Dokter", tot wien deze dichter zich telkens in alleruitersten nood om uitkomst wendt. De psychiater zou zich stellig de vraag stellen: waaróm laat dit Enfant Perdu toch, onverstoorbaar, en zonder de minste schaamte, de intiemste dingen van zjjn persoonlijke leven, ook de diepste dingen van zjjn persoonlijke leven, ook de diepste vernederingen en ontaardingen, drukken ? Hoe komt het, dat zelfs het idee niet in hem opwelt, wat zjjn lezers er van zullen zeggen ? Zou het zijn, omdat hjj voelt, maar aan Eén, aan den Grooten Dokter, verantwoording schuldig te zjjn?

Ook voorvallen en gebeurtenissen vertelt hij, zóó maar klakkeloos, waar anderen wijselijk over zouden zwijgen, omdat ze zoo oneervol en compromitteerend zijn geweest. Maar Alberts? II ne s'en fiche pas mal, en hjj haalt de, door het publiek reeds geheel vergieten, debacle nog eens op van het, na weinige afleveringen zoo smadelijk ter ziele gegane, onder zijn hoofdredactie verschenen Weekblad voor Tooneel Comoedia, in Augustus '22 geboren en aldra, in December van datzelfde jaar, overleden, nalatende een aanzienlijke schuld aan onbetaalde drukkers- en andere kosten en onbetaalde honoraria, en reeds betaald hebbende abonné's schandelijk dupeerende. Hij zelf getuigt er van: „Na een tijd van noesten arbeid, waarin de hoofdredacteur zijn eigen typiste, klerk, kruier en administrateur (!!! H.B.) was (gehuld in de representatieve bontjas van dien toegewijden kameraad en dichter Marcel van Gestel), ging ook Comoedia op den

Sluiten