Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

15

Vanmorgen omstreeks vijf uur dreef een onverklaarbare drang me naar het venster, en ziehier het scherp-omlijnde tafreeltje, dat me, in dit décor van ruimte en rust, bijbleef als een wonderlijke droom:

Twee jonge kerels, slank en lenig in hun paarse truien en zwart fluweelen broeken, waren bezig met een duivelsche handigheid twee groote vuilnisbakken leeg te halen. Het gebeurde met een cinematografische haast: Op een jute-lap werd alle vullis uitgeschud, soepele lichamen bogen en strekten zich, handen graaiden als klauwen, en binnen een minuut was alles wat eenige waarde kon hebben in een mand bijeengepakt, stonden de bakken weer overeind en lag de straat weer even smetteloos in den grauwen morgen als tevoren.

Een ander tafreeltje uit ditzelfde milieu van fantastische misère hield ons Zondagochtend geboeid. Het was aan de oevers van de Seine, waarvan ik U reeds eerder vertelde, bij de Cité, in dat alleroudste deel van Parijs, dat door Victor Hugo zoo meesterlijk in zijn „Notre-Dame de Paris" is gereconstrueerd. We troffen de Seine-slapers aan hun gewone toilet, dat het déjeuner voorafgaat: sommigen waschten zich in de rivier, anderen aan het kraantje, dat door de goede zorgen van de gemeente hier te hunnen gerieve is aangebracht. Hemden en zijden foulards werden schoongeklopt en geschuierd, vrouwen ontdeden zich van hun papillotten of zetten een krultang in hun page-haar. En

temidden van dit alles deed een kapper rustig zijn werk!

Hij had een ouden man onderhanden, die zich hier, op zijn hardsteenen zetel, even kalm dé grijze haren liet knippen als wij, verwenden, in een salon de coiffure op de groote boulevards.

Gebaar en stemming.

1 9 Mei. Vanmiddag bracht ik voor mijn vrouw een „bouchée" mee, zóó licht, dat het was alsof het coquette zakje slechts lucht bevatte. Ik reikte het haar over met de woorden: „het weegt niets, het is misschien niets, maar het lijkt een heeleboel." Onwillekeurig bood ik het echter aan met dezelfde gratie, waarmee de winkeljuffrouw het me voor mijn 30 centimes had verkocht. En een vriendelijker glimlach was mijn belooning dan bij een cadeau van tien Hollandsche guldens het geval zou zijn geweest.

Dit brengt ons vanzelf tot de twee voornaamste karakteris-

Sluiten