Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

17

gerenommeerde restaurants. We maken kennis met een Russischen schilder, die hier caricaturen maakt. Ik wijs hem twee prachtige „typen" op een bank: lange haren, flets-blauwe oogen, die schijnbaar levenloos in het oneindige staren: violisten, die straks met hun instrument en hun hoedje rondgaan. Maar de Rus verzekert me, dat dat niets voor hèm is. „Iedereen is tenslotte interessant," zegt hij met het cynisme van den gehaaiden artiest van Montparnasse (het kwartier van de buitenlandsche schilders); voor hèm zijn alleen de vreemdelingen van belang, die voor hun caricaturen betalen.

Aan den voet van de Sacré-Coeur ligt het bescheiden kerkje van St. Pierre verscholen. Het is één van de schoonste en wonderlijkste kerken, die ik nog van mijn leven zag: Romaansche zuilen en Gothische gewelven en, de Hemel weet (de Corinthische ornamenten zouden het doen vermoeden), dateert dit stemmig „compromis van stijlen" reeds gedeeltelijk van vóór het Christendom. We gaan weer omlaag: langs de „Lapin Agile", die Bruant aan den zoon van den vorigen eigenaar vermaakte, langs de woning van den componist Berlioz, in groen verscholen, langs de kegelbanen met rozen-prieeltjes en de vele ateliers, die men hier overal bij-en-op tracht te plakken, en door de veelbezongen „Rue des Saules", waar de prikkelende berglucht en de volmaakte dorpsrust de gedachte absurd doen schijnen, dat op enkele minuten afstand een stad van 5 millioen inwoners jaagt en kermt, juicht en lacht, in die eindelooze onvermoeide roes, waarvan alleen Parijs het monopolie heeft.

De Métro.

Op de Place des Abbesses nemen we de métro. Ze ligt hier diep in de berg verscholen en men daalt omlaag door een majestueuse plaatijzeren koker, dan nog vele trappen: en men voelt zich in het hart der aarde, in een dompige, betonnen mollen-gang. Bewonderenswaardige constructie, dit net van buizen, dat elke hoek van Parijs bereikt, en dat „staat" voor niets. Voor geen berg, die met dynamiet werd bewerkt, voor geen water: straks snorren we op groote diepte door zware ijzeren riolen onder de Seine door, waar de lucht kil is en vochtig en de schepen over onze hoofden varen.

Van den Hollandschen Parijzenaar Piet Mondriaan is dit gevleugelde woord: „Het volmaaktste gebouw van Parijs is de métropolitain!"

Sluiten