Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

19

hoop aan te vullen.

De Sacré-Coeur moet men bezien van de groote boulevards dóór de Rue Lafitte, op een zonnigen namiddag. De kerk, die dan als een witte sprookjestempel tegen den blauwen hemel staat, is aan één kant verlicht, en als er een wolk langs de zon trekt hult ook zij zich in grauwe sluiers. Het is dan waarlijk of ze leeft, een wonderlijk, bovenaardsch bestaan. De Are de Triomphe, die pal op het Westen ligt, bezoeke men bij zonsondergang. De roode zonnebal zinkt dan tusschen de triomfale zuilen, bezielt het gigantisch beeldhouwwerk met een brooze schoonheid, en spiegelt haar roze licht in de duizenden lampen van de auto's, die, een rivier gelijk, komen aanglijden van de Place de la Concorde.

Even later, als de schemering over het Bois is gedaald, is deze omgeving schooner dan welke plaats ter wereld ook. Dan ontsteken de auto's hun lichten en snorren ze aan, als een horde van vuurvliegjes. Dan gloeien de schemerlampen aan op de vorstelijke terrassen van de paleizen langs de Avenue du Bois, en daalt er een hemelsche rust over dit deel van een stad, die, soms, alle goede dingen der aarde in zich schijnt te vereenigen.

Sluiten