Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE MENSCH ~ 1950.

I.

Wééral droomde ik van hem. Hij zat, zenuwachtig draaiend, in een decoratieven zetel, midden in een ruim vertrek, waarin, aan muren en in kastjes, al die mysterieuse apparaten waren aangebracht, zonder welke ons leven reeds thans ondenkbaar schijnt.

Mechanisch frommelden zijn vingers celluloid-ringen van diverse grootte en nummering over het zwarte bord van een radio-instrument. Hij kende de combinaties blijkbaar uit het hoofd en controleerde ze met een programma uit een of ander dagblad: zooveel uur en zooveel meter: Hawaiianband in Londen, zooveel uur en zooveel meter: Jazz-band in Parijs, zooveel uur en zooveel meter: opera-band in Brussel.

Hij hoorde dat alles, om niets te missen, door elkaar: een soort synthetisch wereldgeluid van Hawaiian-klachten met saxophoon-interrupties in een kader van bloempjes-lieflijk-en-zoet, metrisch gedeeld door het ting-ting der code-signalen en de doodskreten van een schip in den Indischen Oceaan.

„Je kunt ze ook voor je laten dansen," zei hij, en haalde een handle over bij een geribd zwart bord, waarop oogenblikkelijk de groote danszaal van het Londensche Savoy-hotel begon te leven, vagelijk vermengd met Thibetaansche tempeldansen in het theater eener groote wereld-tentoonstelling en een high-life foxtrott in de salons van een excentrieken Nabob op de Fitfth Avenue.

of spelen," bromde hij.

Waarop een gecombineerde vertooning aanving van het Casino de Paris met Mistinguett en de Münchener Kammerspiele.

„Vind je dit prettig?" vroeg ik, aarzelend. „Nee," zei hij, „afschuwelijk. Het liefst woonde ik in een hutje aan de zee."

„Maar waarom doe je dat dan niet vandaag nog?"

Sluiten