Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

32

komt, tot den lsten Vendémiaire), een kalender, waarop, gelukkig voor de tijdgenooten, óók nog in margine de oude tijdrekening is aangebracht, et caetera.

Tenslotte de namen van de leden der Wetgevende vergadering en die van den Raad van Vijfhonderd, en, heel bescheiden achteraan, de namen der ministers of directeuren. Behalve dit: de indeeling van het leger en het bestuur der departementen, en een lijst van de „Vreemde Mogendheden", waarop de samenstelling der verschillende koninklijke en keizerlijke huizen in dit verband nogal grappig aandoet. Het bestuur van de Bataafsche Republiek wordt intusschen als „Directoire" begroet.

De volgende editie is die van 1801, het jaar 9 van de Republiek, en wordt door den heer Testu reeds niet meer aangeboden aan de beide Raden, doch aan „de Regeering en de eerste autoriteiten". Na een hernieuwde instructie over de lastige nieuwe tijdrekening volgt dan allereerst het hoofdstuk „Europeesche regeeringen", beginnende met de drie Fransche consuls, een zekere Bonaparte aan het hoofd, geschreven met een dikke, vette B, de éénige vette letter, die in het gansche boek voorkomt. Volgt de „Constitutie", een lijst van de leden van den „Sénat conservateur" en van de Wetgevende Vergadering, enzoovoort.

De volgende editie van de Almanach, waarop de uitgever nog steeds, zij het reeds met een benepen gezicht „national" kon schrijven, begint met een brief van den „Staatssecretaris" Maret, waarin den heer Testu veel dank wordt gebracht en veel medewerking wordt toegezegd. Volgt de bewuste instructie over de nieuwe tijdrekening, het gelijk zetten der klokken, enzoovoort. In de lijst der Europeesche regeeringen is de titel „directoire" voor het bewind der Bataafsche Republiek in het wel geheel andersluidende „Régence" veranderd, terwijl verder weinig nieuws opvalt, op een enkele kleinigheid na, zooals het feit, dat als ambassadeur van de Fransche Republiek bij het Spaansche hof eene Lucien Bonaparte wordt genoemd.

De uitgave van het jaar XI wordt aangeboden aan... den Eersten Consul. Instructies over de tijdrekening en Constitutie worden gevolgd door het hoofdstuk „Europeesche regeeringen", waarin Bonaparte, thans niet meer „citoyen", doch „Napoléon" Bonaparte, tevens als president van de Italiaansche Republiek wordt genoemd. Op de lijst der gezanten te Parijs, waarop Schimmelpenninck als die van de Bataafsche Republiek staat, en die van de gezanten van Frankrijk bij andere mogendheden, waarop Lucien Bonaparte niet meer voorkomt, volgt thans het college van kardinalen en een hoofdstuk gewijd aan de titels, die men aan de diverse vorsten, enzoovoort, behoort te geven. De Sultan van Turkije figureert hierop als: „zeer machtige, zeer grootmogende en onverwinlijke vorst, de groote keizer der Muzelmannen, Sultan"; de leden van de regeering der Bataafsche republiek als: „burgers", de eerste consul als: „burger eerste consul", de gezanten der Fransche republiek echter reeds weer als „Uwe Excellentie".

Onder het hoofdstuk „Regeering" vinden wij allereerst genoemd de „aidesde-camp" van den eersten consul, te weten: twee brigade-generaals, drie brigade-chefs en een kapitein, de wacht van het gouvernements-paleis (de Tuilerieën), en de wacht van de consuls, samengesteld uit een generalen staf, een corps grenadiers te voet, een corps jagers te voet, een regiment bereden grenadiers, een regiment bereden jagers, een corps artillerie, een staf van de genie, een escadron „mameloucks" en een compagnie veteranen.

Sluiten