Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

35

een soortgelijk schrijven op dezelfde plaats verscheen. De brieven zijn zelfs... gelijkluidend, slechts wordt de heer Testu in 1809 niet meer „citoyen" geheeten doch „Sieur" en erkent niet meer „het gouvernement", doch „Z.M. den Keizer het groote nut van een keizerlijke (en niet meer; nationale) Almanak". In dezelfde editie wordt weer een Hollandsche gezant te Parijs genoemd (Maarschalk Verhuell *), terwijl als gezant te den Haag blijkt geplaatst de graaf De Rochefoucauld. Het oude koningshuis van Spanje is vervangen door dat van Joseph Napoléon, „roi des Espagnes et des Indes", wiens beide dochtertjes „Infante" worden genoemd.

In de editie van 1810 vinden we onder het hoofdstuk „Geboorten en allianties der Europeesche vorsten" als gade des Keizers genoemd: Marie Louise, aartshertogin van Oostenrijk, keizerin der Franschen en koningin van Italië. Zoowel bij haar als bij Napoléon ontbreekt echter de juiste datum van het

huwelijk. Er staat slechts Maart 1810, te ", zoodat blijkbaar bij

het afdrukken van de almanak het huwelijk al in de maand Maart bepaald, doch nog niet gesloten was. Napoléon Louis, Prince Royal de Hollande wordt hier tevens genoemd als Groothertog van Berg en Cleef (hij was toen 6 jaar).

In de Almanak van 1811 staat onder het hoofd „Naissances" etc: NapoléonFrancois-Charles-Joseph, Prince Impérial, Koning van Rome, geboren 20 Maart 1811". In deze zelfde editie is Holland als staat verdwenen (al wordt Louis Napoléon ook nog, zonder meer, „koning" geheeten). S.A.S. de hertog de Plaisance wordt genoemd als gouverneur-generaal van de departementen van Holland, zijnde: Holland, de Monden van de IJssel, het departement van de Zuyderzée, enz.

Het aantal keizerlijke hofhoudingen is vermeerderd met één: „Maison des Enfan(t)s de France", bestaande uit: een gouvernante, twee ondergouvernantes, een geneesheer en een chirurgien, en een „Huis" van de voormalige keizerin Joséphine. In de lijst van de hofhouding van „Madame Mère" zijn, in tegenstelling met de vorige jaargangen, thans óók baronnen-, graven-, en hertogen-titels ingeslopen, terwijl ook overal elders opvalt hoe de Keizer met adelijke titels strooit: Zoo zijn alle generaals en brigade-generaals, op hoogstens tien uitzonderingen na, geadeld.

Voor de weezen van officieren en ridders in het Legioen van Eer ziin weeshuizen opgericht. Naast het Legioen van Eer wordt een tweede orde genoemd: de Ordre des trois Toisons d'Or", tellende hoogstens 100 Grootridders, 400 Commandeurs en 100 Ridders. Slechts de Prince Impérial, zoo heet het hier verder, heeft het recht van decoratie in deze orde bij zijn geboorte. De andere prinsen „van den bloede" kunnen haar eerst ontvangen na minstens één veldtocht te hebben meegemaakt, of na twee jaar actieven dienst. Urn Groot-ridder in deze orde te kunnen zijn moet men een opperbeve hebben gevoerd., „hetzij in een veldslag, hetzij bij een belegering, hetzij over een leger-corps van een keizerlijk leger, genaamd „Grande Armee . Een van de hoogste dignitarissen in deze orde, die in dit jaar nog slechts spaarzaam schijnt te zijn uitgereikt, blijkt graaf Schimmelpenninck; genoemd als groot-tresorier.

Als derde orde wordt genoemd de (Italiaansche) „Orde van de IJzeren

*) De waarschijnlijke vader van Napoléon IIÏ („Grande Encyclopédie de France ).

Sluiten