Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

41

vanging van den Raad van State" (waarvan alle leden ontslagen zijn) en zoovele bijzonderheden meer, die we, zoo we ze in een geschiedenisboek vonden, onverschillig voorbij zouden gaan, doch die ons hier treffen met de frischheid van een nieuwe ontdekking.

We zijn echter gekomen waar we wezen wilden: de waardige „Almanach de France" heeft ons geleid tot over den drempel van de derde Republiek, en we moeten afscheid nemen. De wandeling aan de hand dezer, vaak zwaar-beproefde en in de betuiging harer politieke aanhankelijkheid niet altijd even consequente matrone, zou allicht belangwekkender zijn geweest zoo we tijd (en plaats) hadden gevonden ook stil te staan bij de diepergaande metamorphosen, gelijk die in jurisprudentie en jurisdictie, enz., enz. We hadden ons dan ongetwijfeld een, wellicht zelfs nieuw en verrassend beeld kunnen vormen van datgene wat Napoléon I en zijn directe voorgangers in deze richting presteerden, wat Lodewijk XVIII ervan overeind liet, wat de Tweede Republiek herstelde, en wat het werk was van dien wonderlijken autodidakt en avonturier Napoléon III, wiens vader feitelijk een Hollander zou zijn geweest (de maarschalk Verhuell) en van wien de „Grande Encyclopédie" in eigen persoon beweert, dat de „meest cesaristische opvattingen met de meest democratische in zijn hoofd verstoppertje speelden". Deze studie blijve echter gereserveerd voor ieder, die lust gevoelt persoonlijk nog eens de Fransche geschiedenis te gaan bestudeeren uit de bestofte archieven van de „Almanach de France". En dan bij voorkeur in het hiertoe zoo geëigende milieu van de gastvrije „Bibliothèque Nationale".

Parijs, Sept. '25.

Sluiten