Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

83

wat koekjes meebrengen?, dezelfde, waarop Moe heeft getracteerd toen ze jarig was »* en bananen: die zijn zoo heerlijk bij de boterham.

Wat denk je, zou het niet prettiger zijn, als je Zondag met tante Jo alléén kwam? Of laat anders Lientje èn Riekje samen komen, dan kunnen ze makkelijker na 5 minuten weer weggaan.

Je moet vandaag schoone sokken aandoen; zoek even in de kast, onderaan, een paar heele uit.

Ik verlang erg naar Zondag. Als Hansje zoo lief is, dan wil ik ook zoo graag, dat /g hem ziet. Hij heeft soms zoo'n prachtig lief en rustig gezichtje, dat ik hem bijna niet meer aan de zuster wil teruggeven als ie gedronken heeft.... Ze laat hem dan meestal ook nog wat bij me....

P.S. Slaap je nu wat beter? Ga niet te laat naar bed en sta dan wat vroeger op. En.... róók je niet te veel?

Ga Zaterdagavond half acht eens op de hoek van de Ruyschstraat staan, bij die banketbakker, en kijk dan even naar mijn raam. Ik kan de menschen daar vaag zien loopen als ik het gordijn een klein stukje wegdoe. Maar laat mij niet te lang kijken, dan merken ze het!

Ongeveer gelijktijdig met dezen brief kwam Alex de Jong mij bezoeken. Hij had.... een wiegeliedje voor onzen Hans gemaakt Wat een verrassing! Het heeft tot titel: „Wiegenlied-

chen für den kleinen Hans", en ziehier de tekst:

Mein Kindlein, schlaf ein, Ich wiege dich fein, Ich wiege dich warm In meinem Arm.

Ach schlaf, ach mach' dein' Aüglein zu, Schlaf, o schlaf du in seliger Ruh!

Waarlijk, over gebrek aan belangstelling en liefde heeft onze kleine jongen niet te klagen. Er kwamen nu al felicitaties binnen van de volgende „beroemdheden": Eduard Verkade en Rie Cramer, onzen vriend Matthieu Schoenmaekers (de man van de „Beeldende Wiskunde"), van Johan Koning, van den hoofdredacteur van „Het Vaderland" (die bovendien op zoo beminnelijke wijze ons een geboorte-annonce cadeau deed) en Henri Borel — die zich in zijn brief afvraagt, „of we goud kunnen maken, gelijk Cagliostro".... „Nog geen twee maanden geleden", zoo schrijft hij, „ontvingen we (d.i. hij en de redactie van „Het Vaderland") je noodkreet uit Parijs van „onder bruggen

moeten slapen" enz., enz., een week daarna stuur je copie uit

het Lyonsche Palace-hotel en andere eerste klas hotels in Zwitserland en Italië...."

Sluiten