Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

90

huilt, vanuit haar bed kan sussen en we je, als je héél veel verdriet hebt, bij ons kunnen nemen, onder de blauwe deken, die wel groot genoeg is voor drie!

10 Januari. — Gisteravond laat nog vriend Ferdo ontmoet. Ik zal trachten, Hans, je dezen „Oom" hier even voor te stellen.

Hij is een waarlijk „groot" man, innerlijk, en, zoo langzamerhand, ook aan den buitenkant! Hoe grooter men is, hoe langer in den regel die buitenkant (en daarbij de officieele erkenning en de finantieele belooningen) bij het innerlijk achter blijft.

Oom Ferdo maakte zijn weg, door steeds met groote overtuiging in zichzelf te gelooven (neem dat ter harte!) en anderen te dwingen er (althans in zijn charmante tegenwoordigheid) nog heftiger in te gelooven. Nadat hij met succes de chemie, de muziek, de literatuur, en de schilderkunst had beoefend, wereldreizen had gemaakt, hotel- en kamer-rekeningen (soms) onbetaald had gelaten, en zijn financieele vrienden tot bittere wanhoop had gebracht door steeds maar „aandeelen" uit te geven in een.... „goudmijn", waarin het rusteloos boren slechts aan hem zelf bevrediging kon schenken, trok hij zich de laatste anderhalf jaar met zijn vrouw in het British Museum terug en maakte daar, in volstrekte afzondering, die een en twintig sublieme „Imagines" (Pharaohs, Boeddahs, Christus), waarmee hij thans de officieele wereld verovert. Ik zal je later nog wel eens méér van hem vertellen. Ook kun je er mijn „Waarachtige Bohémien" op naslaan. Want die „waarachtige Bohémien", veel bestreden en veel bewonderd, dat is oom Ferdo!

Hij kwam me met uitgestoken handen tegemoet, in een lyrische extase, die slechts.... in zóóverre „pose" was, als de manier waarop elk onzer nu eenmaal zichzelf „lanceeren" moet de „pose" is voor ons uiterst „naakte" zelf....

Onder den borrel, waarbij hij eerst, met den hem eigen bijzonderen nadruk, en aan de hand van Jack London, een loflied zong op den drank (een „gevaarlijke" vriend, noemde hij die), wierp hij zich al dadelijk op als de lijfschilder van Hansje. Me dunkt, we moesten dat maar dankbaar aanvaarden.

„Ik zie je al", zoo sprak hij verder, „met je zoon bij me komen om me te vragen hem „even", in een paar woorden, de geheimen der chemie te onthullen, of hem „even" te vertellen, wat „elec-

Sluiten