Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

94

een ander gevoel aan dit gelijk?)

Maar Mien ziet, bij nadere beschouwing (de vreugde, de theorie en de theorie der vreugde doen dergelijke dingen over het hoofd zien) erg bleek. Ze droomt soms ellendig: dat ze wegzweeft en „zichzelf niet meer pakken kan" — van kippen, die rondloopen met afgesneden kop, en van een wreeden man met een mes (dat zal ik wel zijn met mijn wreede zelfzuchtigheid). Ik geloof, dat ze héél erg zwak is.

Dinsdag of Woensdag mag ze intusschen een kwartiertje op, den volgenden dag een paar uur en Vrijdag komt ze dan.... thuis! Zij en de jongen!

Natuurlijk kreeg ik een lijstje mee van alle kleertjes, die ik voor zijn glorieuse intocht uit moest zoeken: 1 zijden hemdje (zijde vanwege de uitstraling), 1 borstrok, 1 gehaakt truitje, 1 paar sokjes, 1 paar schoentjes (nog uit de Printemps!), 1 jasje, 1 cape-je, 1 mutsje, enz.

Ik ben zoo blij, dat ik ze gezien heb. Alles schijnt nu beter en rustiger, en mijn „werk".... minder belangrijk (en daarmee zuiverder), nu ik hen beiden gezien en gevoeld heb. Een contact (met de levensbron zelf), dat het bloed in dit eenzame lichaam weer stroomen doet....

10-11 Januari. — Vannacht, om 4 uur 20, mijn Hansje, ben je precies zeven dagen oud!

Vanmorgen, op weg naar de Camperstraat (met postpapier, zegels en een zoo juist gekomen kaartje met hoog-adelijke felicitatie ), passeerde ik het gerechtshof, terwijl één van de rechters (in het volle bewustzijn van zijn waardigheid) de deur achter zich dicht trok.

Het volgende schetsje drong zich toen aan mij op, dat ik onmiddellijk aan Hansje opdroeg (ter gelegenheid van zijn weekfeest!) en dus hier in zijn dagboek noteer:

Vóór het gerechtshof. Een rechter, peinzend, filosofisch-slordig, komt aangewandeld en vindt de deur nog gesloten. Hij wacht even, in gedachten verzonken, en wordt aangesproken door een man, die daar, dagvaarding in de hand, op zijn verhoor staat te wachten.

De man (na critische observatie): Mórgen.... „meneer". Mö je óók wachte?....

Sluiten