Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

95

De rechter (opschrikkend): Ja.... hoe-zoo?

De man: Nou, ik staan hier al een goed kwartier te blauwbekken. Haast hebben ze niet daarbinne. Je mot, alles bij mekaar, nog blij weze, as je dokke mag.... As het tenminste niet erger is...

De r.: Zoo.. .. ja....

De m.: Nou, wat mijn anbelangt — ik weet niet, wat ü op Uwes

kerfstok het, en dat gaat me ook niet an —, ik heb gestole",

zegge ze.... Vindt II dat „stele", as je je schulde nie ken betale (hoe je in de schuld komt, daar vrage ze niet naar), en ze schrijve je heele hebbe en houwe op, tot de kleedjes op je tafels toe en je vrouw d'r tweedehands kinderewage.... en as je dan, om je vrouw een plezier te doen (de stumper het toch al niet veel in d'r leve), twee of drie kleinighede „in veiligheid" brengt? .... „An de boedel onttrekke", noeme ze dat.... Vertelt U me nou es, met Uw hand op Uw hart, noemt ü dat „stele"? ....

De r.: Heelemaal in den haak is het niet....

De m.: Kom man.... laat naar je kijke!.... Heelemaal in den

haak.... Wat is er heelemaal in den haak? Het gaat mijn

niet an, maar bent ü soms heelemaal.... „schoon"? ....

De r.: Dat is maar, wat je onder „schoon" verstaat....

De m.: Ik wil maar zegge.... Of er wel één mensch is — nou, één of twee op de honderd zelle d'r misschien weze, en as het an hun daar lag, zoue dat misschien de ergste „misdadigers" zijn —, die èl zijn daden voor Onze Lieve Heer voor zijn gewete kan verantwoorde....

De r.: Als je het zóó opvat....

De m.: U neemt het me niet kwalijk, wel? .... Maar ten slotte sta je hier allebei in denzelfden toestand en kan je dus wel 'es

vrijuit met mekaar prate zónder al die gedrukte foeselemoe-

sies, waarmee ze daarbinne de eenvoudigste dinge voor een ongeletterd mensch onbegrijpelijk make Ik bedoel maar zoo....

Recht is recht, en dat berust bij God alléén En as je in een

tijd as deze leeft, en je ziet hoe de één zoo es een gokkie op de beurs waagt en met dat gokkie, tusschen twee glasies in, een paar honderd huisgezinne van „kleine spaarders" ongelukkig kan make, zónder d'r z'n eige hooge hoed en z'n deftigheid bij in te

boete en hoe een ander, zooas ik, voor het minste geringste

as een vuile dief wordt opgebracht Nou, dan zeg ik maar

Afijn, ik weet niet hoe of ü d'r over denkt Maar ze kenne

mijn nog méér vertelle....

Sluiten