Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

108

geleden, en onder geheel andere omstandigheden, waarnam. Dat was in Rotterdam, waar ik als jongen eens een fabriek zag uitgaan op Feyenoord en daarna, met al die honderden stoere werkers de thuisreis ondernam. De bruggen dreunden onder „onze" voeten. Het was als een „macht", die, onweerstaanbaar, voorwaarts schreed: mechanisch, maar geleid en bezield door een wondermooi gevoel van saamhoorigheid, en in den ban van die ijzeren proletarische tucht.... die enkele jongere dichters zoo treffend bezingen.

Ik schreef bij die gelegenheid een gedicht dat echter (misschien).... allerminst „communistisch" uitviel. Hier is het: („Feestelijke Ommegang", Deel II, pag. 233):

Hoe zou ik één zijn uit de dichte drommen, Ontelb'ren in getal, in niet te stuiten ren, Geboren al vergaan, Gods schimmen: Hoe zou ik één zijn als ik allen ben. Hoe zal ik neerzien op mijn stille bloemen En op mijn boomen, die maar spraakloos zijn. Waar hun stilstaan een woord is van mijn harte En hun verbeelding déél is van mijn zijn. Ik ben dat alles, droomen van mijn droomen. En macht'loos is mijn ziel in eenzaamheid. Maar zingt zich uit in 't lied van zee en stroomen, In al wat was en is en voortschrijdt door den tijd.

Het was het laatste min of meer universeele gevoel, dat ik vandaag realiseeren kon. The rest was— . practice.... Vadervreugde en een zwaar gevoel van verantwoordelijkheid.

Om kwart over twee zaten we in de wachtkamer: Tante Jo en ik, en later: schoonmama met prachtige seringen, en om half drie kwam Mien binnenstappen, in haar lange, zwarte manteltje en rose „bibi" (uit de Printemps), precies zooals ik haar 12 dagen geleden hier gebracht had, terwijl een zuster Hansje droeg, veilig in zijn hemelsblauwe dekentje gewikkeld. Om vijf over half drie kwam de taxi voor en gaf Tante Jo (die zich dadelijk van Hans had meester gemaakt en ons les gaf over „de wijze van vasthouden van een baby") haar orders aan den chauffeur: „Vooral niet hard rijden".

De rest van den dag brachten we door met: voeden en schoone luiers.... en met het poeieren van Hansjes bibsjes, die vuurrood

Sluiten