Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

110

den in haar echt, eenvoudig en sterk realisme.

Toch lijdt zij er onder, en misschien... . méér dan ik. Waar moet dit op uitdraaien? Geld of géén geld, een eigen comfortabel home of een zolderkamer, die onrust zal in mij blijven, onbegrepen (zelfs door mijzelf), niet te stuiten En soms denk ik,

dat slechts mijn dood en plechtige begrafenis, haar de rust zal kunnen schenken, die elk mensch noodig heeft en de mogelijkheid weer.... zichzelf te kunnen zijn.

Wel zegt de tweede stem in den dialoog bij voortduring: houdt op te jagen van plan tot plan, van dag tot dag, en te leven op

verwachtingen Laat alles varen („Werpt al uwe zorgen op

Mijl") en leef in het heden, dat Hansje is, en de sneeuw en

een wiegeliedje en de hemelsche aanblik van je eigen kindje aan de borst van je eigen vrouw....

Och, konden wij toch, door alles heen, gelóóven, dat God alléén de regisseur van ons leven is en dat, wat Hij doet, is welgedaan.

Misschien heb ik, voor een dergelijk rustig en luisterend „beleven" reeds teveel in mijn leven geforceerd. Of, zooals één

van mijn vrienden het destijds formuleerde: Je maakt niets af

Je schept slechts een menigte kharmische oorzaken rondom je, en wordt ten slotte' onder hun uitwerking bedolven

Het moet wel heerlijk zijn, in „de komst van een Wereldleeraar" te kunnen gelooven Maar zelfs als Hij in levenden

lijve vóór me stond, wat zou Hij anders tot me kunnen zeggen als: Vind je goddelijk Zelf terug, dat rust is en vertrouwen eh

liefdegeven, onder den chaos van je „lager manas" in je

vrouw, in je kind, in je arbeid....

Ik tracht het maar het lukt me niet.... Ik maak mijn leven

tot literatuur, mijzelf tot „schepper", die de consequenties van zijn eigen toekomst-creaties niet dragen kan....

En straks zal ik weer naar haar toe gaan en een zorgvuldig gepolijst masker van blijmoedigheid dragen.... en daaronder zal de strijd, de eeuwige strijd (een Maha Bharata ) voortwoeden, en ten slotte bij haar slechts.... tranen te voorschijn roepen.... Tranen bij het wiegje van onzen lieveling, en om „iets", dat wij géén van beiden begrijpen....

Ik moet hier weer aan den Koning denken uit mijn drama „Koningen", die ten slotte tot zijn volk zegt: Wie ben ik, dat ik U den weg zou wijzen, die slechts door hen kan worden aange-

Sluiten