Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

127

kind voor te bereiden voor de groote uitstorting van kracht, die nu gaat plaats hebben. Hierop legt hij 't eind van zijn stola over den schouder van 't kind en zegt: „Kom in den tempel van God opdat gij deel moogt uitmaken, en Christus onzen Heer tot in eeuwigheid".

Thans wordt de gedachtevorm opgebouwd. De priester neemt een bepaald soort gemagnetiseerde olie, maakt hiermee een kruis op de borst van 't kind en een groot kruis in de lucht vóór de doopeling, zeggende: „Moge Zijn heilige engel vóór u gaan en u volgen", bij die laatste woorden maakt hij een kruis op de huid tusschen de schouders en een groot kruis in de lucht achter het kind. Op deze wijze is om zoo te zeggen een kuras van wit licht gevormd voor en achter 't kind. Nu gaat de priester over tot het instorten van de drievoudige geestelijke kracht, 't kind wordt boven 't doopvont gehouden en hij giet geheiligd water over de kruin van 't hoofdje in den vorm van een kruis, zeggende: „Ik doop u in den naam van den Vader, en den Zoon en van den Heiligen Geest. Amen." Dit is de werkelijke doop, en door alle eeuwen heen heeft men begrepen, dat hiervoor noodig waren: 't gebruik van gewijd water en een mantram. 't Is ook noodzakelijk, dat 't water niet alleen 't haar aanraakt, maar ook de huid. Wordt deze ceremonie niet goed gedaan, dan wordt 't doel ook niet bereikt, vandaar ook, dat de priester weten moet, wat hij doet, en zijn gedachten hierop hoort te concentreeren. Er wordt gezegd „God schiep den mensch naar zijn beeld". Dit slaat natuurlijk niet op 't physieke lichaam, maar op de ziel. Deze ziel bestaat even als de Godheid uit drie aanzichten, in 't Sanskriet genoemd atma — buddhi — manas, vertaald: geest — intuïtie — werkzaamheid. Aldus worden bij 't zeggen van de mantram ook de drie aanzichten van de ziel belevendigd door die van de Godheid; en 't jonge kind wordt kracht gegeven zijn voertuigen in bedwang te houden, en moed om voort te gaan.

Na de uitstorting van Goddelijke kracht sluit de priester de centra weer met een bepaalde soort olie, het chrisma. Door deze zalving wordt 't centrum nu zoo gesloten, dat 't te vergelijken is met een soort zeef, waar grove stof niet door kan, noch van buiten af, noch van binnen uit, dus weer een middel, waardoor 't den mensch gemakkelijker wordt gemaakt zijn hartstochten te beteugelen. Hierop legt de priester zijn hand op 't hoofd van het kind en zegt: „Ik neem dit kind aan in de gemeenschap van

Sluiten