Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

129

gekomen) in de tram (het was stralend weer: een allereerste

lentedag) en even later bij tante Jo ,op een kopje koffie"...

Een „echte", ouwerwetsche doop.... waartoe niet weinig bijdroeg het uiterlijk van den jongen doopeling zelf in zijn lange jurk (een oud ideaal van zijn moeder!), zijn muts met witte pompoen en de gewijde witte zijden zakdoek van zijn „meter", die Mien „bij de documenten" bewaren zal.

We zijn blij, dat we Hansje onder deze bescherming hebben gesteld. Nog kort vóór de plechtigheid had ik het gevoel, dat ik feitelijk niet waardig was, mijn kind ten doop te houden. Maar onderweg lag zijn warme lijfje zoo rustig tegen mij aan en scheen hij ook het fluïdum van zijn onrustigen vader zoo goed te verdragen, dat het gevoel van geluk de overhand kreeg en mij tenslotte van mijzelf en van alle denken bevrijdde.

In dit gevoel van rust en van liefde dragen wij ons kindje op aan li, o Meester van Liefde, o Vriend van alle kleine kinderen!

Deze morgen was één van de besten uit mijn slordige leven...

's-A v o n d s. — Bij het thuiskomen een brief gevonden van den volgenden inhoud (keurig handschrift en gedateerd uit Leeuwarden):

„Hierdoor deel ik U mede, dat de afdeeling Leeuwarden van den J.G.03. (jongelieden Geheel-Onthouders Bond) bij gelegenheid van haar 10-jarig bestaan een Propaganda-avond denkt te geven, waar opgevoerd zal worden Uw ..Het Werk der Droomers".

Met de instudeering hiervan is reeds een begin gemaakt, aangezien bij den uitgever zoowel als bij het Bureau voor Auteursrechten Uw adres niet bekend was.. Nu mij dit echter door bemiddeling van den boekhandel „Ontwikkeling" alhier werd opgegeven, zou ik gaarne van U een bewijs van opvoerings-recht, met opgave der eventueele kosten, wenschen te ontvangen, en tevens een opgave, of nog meer werken van Uw hand zijn verschenen...."

Wat een wonderlijke sensatie. Hans, een dergelijke brief! Denk eens aan: een groep idealistische jonge menschen heeft, tusschen veel ander werk, een boekje van mij ontdekt, een werkje, dat ik twaalf jaar geleden schreef en geheel vergeten was, en vond het zóó.... mooi, zóó.... goed, dat ze het, op hun „propaganda-avond", op gaan voeren, en mij (zóó maar, alsof dat geen evenement was voor zoo'n literairen bedelmonnik, voor wien het begrip „geld" eigenlijk niet veel anders als een lastige „elementaal" is) nu vragen.... „wat het kosten moet".... Het liefste geef ik het ze maar cadeau. Maar ik weet niet, of ik daarmee

Sluiten