Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

140

IV. Practisch Idealisme.

Onze tijd eischt ontegenzeggelijk: eerbied voor de praktijk en de kleine dingen van het dagelijksch leven. In de eerste plaats! Het is alsof het ons telkens weer wordt voorgehouden: geen woorden meer zonder daden. Geen groot recht in theorie ten koste van veel kleine practische ongerechtigheden.

En hiermede is dan tevens de aloude these „hoe grooter geest hoe grooter beest" ten eenenmale veroordeeld. Gelijk het genus „idealist" immers reeds plaats moest maken voor dat massale „practisch idealisme", dat, uiterlijk, wel minder dankbaar lijkt voor den enkeling, die er zich aan heeft te wijden en te onderwerpen, doch innerlijk voorzeker een even groote, zoo niet grooter heldhaftigheid vereischt dan dat „idealisme van het woord", dat, in zijn eerzuchtige, individueele hemelvaart, de verwerkelijking van zijn evangelie aan.... „de anderen" overliet.

We mogen er tegen in opstand komen: tegen een tijd, die het grootsche gebaar van den enkeling schijnt te willen offeren aan het steeds middelmatige belang van het algemeen, we hebben er ons bij neer te leggen. Veel persoonlijk egoïsme wordt er bovendien mee te niet gedaan, en de afstand tusschen den geest, die zich zal dienen te beperken tot wat hij in zijn eigen dagelijksch leven kan verwerkelijken, en de praktijk, die zal worden geëerbiedigd en ontzien, wordt er door verkleind. Wat voorzeker geen geringe winst is!

Alom en op allerlei gebied komt dit streven tot uiting: Jezus' liefde-leer, die tot nog toe vooral in theorie werd geëerbiedigd, doch waarmee in de „gewone" praktijk maar al te vaak, zoo niet werd gespeeld, dan toch werd getransigeerd en geschipperd, wordt thans reeds, meer dan ooit, ook in het dagelijksch leven beleden. Het evangeliewoord: „Mij is het zwaard" heeft niet alleen reeds oprechte twijfel doen rijzen aan het bestaansrecht van ons huidige gevangeniswezen en de tot nog toe geldende houding tegenover al diegenen, die op eenigerlei wijze hun maat-

Sluiten