Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

147

wel heel véél van noode. Zeg haar, dat de fatsoenlijke wereld haar wel zeer dankbaar is voor haar „offer"....

Dan zullen deze allen stijgen tot de van God gestelde grenzen van het commis-voyageurschap, de balletschool en het hoerendom. Ze zullen „den volgenden keer" noodwendig anders en beter kiezen. En over tienduizend jaar zal deze wereld blijken het zonder handelsreizigers (oef!) te kunnen stellen, zonder bloote-beenen-revues en zonder demi-mondaines.

Vooralsnog.... lijkt me echter een wereld zonder roofdieren, reptielen en auto-bandieten een onmogelijke en zelfs vervelende geschiedenis.

We hebben doktoren, boekhandelaren, paardenkoopers, drogisten, tramconducteurs. ...

Tenslotte zijn er ook enkele menschen, die hun medemenschen liefhebben. Deze noemt men, ter onderscheiding, phü-anthropen (philein; anthroopos).

Het Kwaad is de voornaamste (zoo niet de eenige) prikkel tot de Deugd. Zooals de Ziekte prikkelt het vernuft van onze medici en het gevaar voor watersnood de activiteit onzer architecten.

Denk het Kwaad weg en de Deugd verdwijnt tegelijkertijd van het projectie-doek Uwer verbeelding.

Wat is dan het Kwaad? Het is de Heilige Judas, die het Christus-mysterie reliëf gaf, achtergrond. Op zoo'n duistere achtergrond komen ons aller Deugden voortreffelijk uit. ■

Moeten we het Kwaad dan dienen? We moeten het erkennen, respecteeren en ons ermee meten.

En liefhebben de arme menschelijke kalveren, die dagelijks verdrinken vóór de „put" is gedempt. Zij zijn de heilige offers op het altaar der Deugd.

Sluiten