Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

152

liefde, dan de duistere, die je leeren moet en begrijpen, om straks wijzer en beter te ontwaken... Er is geen andere liefde... zou ik zoo denken... Maar het is zoo zwaar, zoo zwaar... Ach, die rozentuin en die zonneschijn en het blauwe water van den vijver, en dat koele, koele gras... En die rozentuin (droomerig)... en dat water.. . met je eigen spiegelbeeld: zóó mooi, zóó mooi... En dat water... En die rozen... en dat gras..

Het kindje (schreit nu luid en langdurig).

(Duivel is schielijk van het bed opgestaan en drukt zich plat tegen den muur).

(De Vrouw heeft het licht opgeknipt en gaat, in haar heldere stijl-gestreken nachtpon, en rakelings langs Duivel, dien ze niet ziet, naar het wiegje. Ze neemt de kleine er uit en gaat hem een schoonen luier aandoen, onderwijl tot hem sprekend).

V.: Stil, stil... Wat is er dan, mijn kleine jongen... Is vader dan niet thuis... Huil je daar zoo om? (Op de bank daarbuiten kijkt de Man in de richting van het huis)... Och, och, wat bén je weer nat... Zullen we je dan eens gauw een mooie, schoone luier aandoen?... Zóó... Lekker vindt-ie dat, hè... Mijn kleine, lieve baasje... Moeders eigen kleine baasje... Huilt ie nou al niet meer? ... Weet ie al, dat ie nou ook wat krijgt... Van Moeder. .. zóó... Ziezóó!... (Ze maakt haar nachtpon van boven los, gaat op een stoel zitten en geeft het kindje, al sussend, de borst)... Suja... suja... kleine jongen... Au!... Zal je Moeder niet zoo'n pijn doen? ... Is het fijn zoo, mijn kleine vent... Moest vader nu óók maar hier zijn? ... (Duivel is onhoorbaar door de deur verdwenen, zet zich buiten op een stoep en wacht. Duivel en Dubbel zien elkaar uit de verte aan en maken tegen elkaar, grapjassend, het geluid van krijschende katten. De Man kijkt verschrikt naar Dubbel om, die plotseling weer mieningen maakt de Bar binnen te gaan)... Vader wérkt... Vader werkt hard voor Robbie... Is vader lief? ... (ze kust het kindje voorzichtig op zijn bol)... Slaap je nu alweer?... Suja maar... Slaap maar... (neuriënd) Daar was laatst een meisje loos... (veranderend) Slaap, kindje, slfóp, Daarbuiten lóópt een schaap...

(Als het kindje gevoed is legt zij het weer in zijn wiegje, en dekt het, sussend, toe. Dan knipt ze het licht uit en gaat weer haastig in bed).

(Dubbel danst potsierlijk voor de bar-deur, staat dan een

Sluiten