Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

175

Wat men zegt...

— Morgen meneer! Prachtig weertje vandaag.

— Bijzonder conducteur... Buitengewoon! ...

— Als het morgen zoo is met de Paaschdagen dan mogen we van geluk spreken.

— Plannen voor de Paasch?

— Ik niet. Allebei de dagen dienst. Maar voor al die duizenden. .. Nou, naar regen ziet het niet uit...

...en denkt...

— Man, lik niet aan die kaartjes voor je me er een geeft. Als ik dien trein van kwart over twaalf nog maar haal. Stik vent.

— Dat het regene met stralen!

Wat men denkt...

— Nou R. nog opbellen, 'n Karweitje! Hoop maar, dat ie mijn werk plaatsen wil. Je moet maar afhankelijk zijn van die leeghoofden, die met hun geld de lakens mogen uitdeden. Geen fatsoenlijke regd proza, laat staan poëzie, heeft de kerel van zijn leven geschreven... En dat moet nu oordeelen over mijn werk... Over m ij n werk!...

...en telefoneert...

— Hallo! Bent U daar zélf, meneer R.? Neemt U me niet kwalijk, dat ik U even in Uw werk stoor en U van Uw kostbaren tijd beroof... Ja... Hallo!... Ja, een klein essay-tje, niets om het lijf. Maar toch wel aardig... Ik dacht zoo: juist geschikt voor die populaire rubriek van U... Ja, U houdt die altijd bijzónder aardig... Ik bewonder U... Elke week weer opnieuw en altijd boeiend en frisch.. '. Enfin, als Uw serieuse letterkundige arbeid er maar niet onder lijdt... Mag ik het sturen? Graag... U neemt* me toch niet kwalijk, wel, dat ik U voor die futiliteit kwam storen? ... Dank U zeer...

Sluiten