Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

179

Dat zou moeten gebeuren bij een drogist in de v. d. Boschstraat. Ik zie mij nog loopen, uiterlijk vroolijk, het oude verguldseldoosje als voorbeeld in mijn hand, fluitend en opgewekt, innerlijk echter, zooals gewoonlijk de laatste maanden, diep verzonken in een sfeer van duistere overpeinzingen en naargeestige ideeën, sfeer, die steeds méér macht over mij kreeg, en waaruit ik me nog slechts met de grootste moeite af en toe geheel los kon maken. Jullie zult je herinneren, dat ik in dien tijd die onaangenaamheden had met den uitgever van mijn laatste werk, waardoor dat boek feitelijk onbekend en geheel waardeloos op zijn zolder bleef liggen, waarbij dan nog kwamen allerlei onaangenaamheden van intiemen aard en een meer dan gewone financieele misère. Dit alles had mij aan den rand van een zwarte melancholie gebracht, en dat niet alleen: ik was er toe gekomen mijn geest in zijn duistere, opstandige, en, ik beken het eerlijk: misdadige plannen den vrijen loop te laten. Zoodat, wie in die dagen, of maanden, de macht zou hebben gehad, achter mijn kwasi-onbezorgde gebaren de waarheid van mijn innerlijk leven te lezen, zich met afschuw van mij zou hebben afgewend. Het zou, helaas, spoedig genoeg voor een ieder te lezen zijn, die het twijfelachtig genoegen mocht smaken langer dan een half uur in mijn onmiddellijke omgeving te verblijven!

Zooals ik jullie al zei, was ik uiterlijk vroolijk en opgewekt. En dat was niet gehéél en al pose. Integendeel: een deel van mijn wezen had een zoodanige behoefte aan levensblijheid en keerde zich met een zoo intensieven weerzin van dat andere, duistere en wroetende „ego" af, dat het uit reactie daarop vaak in een bijna uitgelaten vroolijkheid oversloeg, die misschien, dat zij hier even gestipuleerd, evenzeer aan waanzin grensde als de hypochondrie, die daar achter lag.

En hierin ligt dan ook waarschijnlijk de verklaring, voor zoover er dan tenminste in dit geval van een verklaring sprake kan zijn, van het mysterieuse en zoo uiterst-tragische lot, dat mij heeft getroffen, en waarvan ik nu verder slechts de feiten zal releveeren.

Ken jullie die groote drogisterij in de 1ste v. d. Boschstraat? Welnu, die man had destijds twee reclame-borden, voor de een of andere zeep, voor zijn winkel hangen, waarop een jongetje was afgebeeld, dat huilend uitriep: Wasch mij toch! Wasch mij toch!

Deze plaat trof me, om de een of andere reden, als komisch, in ieder geval als boeiend of interessant. Als ik het gevoel, dat ik

Sluiten