Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

184

hoofdschotel een lied, waarvan het refrein aldus eindigde (lang uitgehaald en zwaar gearticuleerd):

die me nétjes naar huis brengt.. beloon ik!

Het is raar wat ik zeg: maar m'n hüis ben ik kwijt En ik héb zoo een last van die duizeligheid....

Thans eindigt de aller-laatste aldus:

Je bent één vergéét-mij-nietje, Marietje.... Marietje.... Dat is een blóem, die, zoo je weet, Door niemand wórdt vergéet!

.ea" bromt op dat moment, zonder mankeeren, haar echtgenoot. Want, zoo als u weet, is het eigenlijk verget- e n en niet vergeet.

Ik wacht altijd op dat parool om op te staan. Pak mijn boek in de krant, en ga haastig de deur uit, om het 's avonds precies zoo (ongeopend en ongelezen helaas) weer mee terug te brengen...

Dat is „onze" binnenplaats.

III. M'n „goede" daden...

Laat ik U thans eens iets van mijn „góede" daden vertellen! In den regel toch voel ik me... schuld-bewust: lui, slordig, ontoerekenbaar wat betreft zekere materieele aangelegenheden, die men, zooals mijn meer intieme relaties mij dagelijks voorhouden, nu eenmaal niet verwaarloozen mag, en ben ik ertoe geneigd (faisant bonne mine a mauvais jeu) deze tekortkomingen te... verheerlijken. Aldus kweekt men slechte menschen!

Maar nu heb ik dan toch ontdekt, dat zelfs een... (vult U zelf maar in of vraagt U anders een definitie aan hen, die het weten) zooals ik ben, óók nog wel eens iets „goeds" presteert. Ziehier:

Gisteren wandelde ik (denkend, droomend, met absolute negatie natuurlijk van dat waaraan ik behóórde te denken) langs één van die gloed-nieuwe en hoogst-moderne huizenblokken, die thans aan Amsterdam's zelfkant uit den grond schieten als paddestoelen uit den herfstbodem.

Plotseling ontdekte ik daar een nieuw schoolgebouw met fraai beeldhouwwerk in den gevel. Het huis was nauwelijks gereed en men had er één van die mannetjes als bewaker neergezet, die moeten opletten, dat er in de nachtelijke uren geen steenen wor-

Sluiten