Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

192

tusschen Honger, Pest en Zonde dóór, struikelend over de besneeuwde lantaren van de drie koningen (een wonderlijk kerstboom-requisiet, levend ding in dit tooverachtig halfduister) en vind een plaatsje naast het harmonium.

De kapel installeert zich. Alex de Jong hangt eigenhandig een metalen plaat (ter imitatie van klokgelui) ergens bij een tweetal muziek-katheders, rechts achter, derde plan. Dat is voor straks. Violist, celliste en dirigent verhuizen daarop naar den voorgrond, slaan muziek open (keurig uitgeschreven „partijen"), stemmen en.... wachten.

Vijf minuten hoog-spanning, af- en aangeloop, stemmen, die kortaf bevelen, vragen, roepen, belletjes voor, achter, boven en beneden. Een plotselinge verstilling, waarbij elk tooneel-hart, telkens weer, in de keel klopt. Het scherm rijst, suizend.

Het gewichtige is gebeurd. Op het tooneel, schemerig verlicht, in de illusoire wereld van waterplanten en droomvisioenen, spreken ze al.

Nog zwijgt de kapel. Maar de dirigent enz. enz. (hij is hier als een vorst, die zijn vele titels en functies niet in één adem kan noemen) houdt bereids een zware gong gereed. Tooneel-knecht zwaait den „hamer". Wachtwoord.... pang! béng!

Langs het krakende trapje snelt de Dood het tooneel op. Schimmige schaduwen volgen Hem: Pest, Honger, Zonde, Oorlog.... Ze mompelen en bewegen, dansen en greinzen.... De kapel geeft ze elk hun eigen melodie. O, die Pest-melodie! Acht maten krijgen ze ieder, cello en viool, èn alles waar de dirigent voor zorgt: het klinkt als een vol orkest. Spelen ze niet in hoofdzaak.... dubbelnoten? ? Men moet.. .. economiseeren.

Dan de ontroerende passage, waarin de Dood zich beklaagt over wat de menschen van Hem maakten. Hij is.... ènders: een Godsgezant.

De muziek zegt het. De Dood is een Weldoener: mild, goed.... schoon.... Zóó zegt de muziek. Strak, gespannen het gezicht van den dirigent. Met twee domineerende trekken: energie en beheersching. In deze belichting evenbeeld van Muck.... Mahler ook. Een echte.... muziekkop....

Dan: van Dalsum en Magda Janssens, verbonden door een bloemen-keten, strompelen op. „Ze hebben zich verdronken" denkt de zaal. „Vijf minuten pauze" redeneert de „kapel", hier achter de schermen. Vijf minuten, waarin Teirlinck de twee

Sluiten