Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ULT DOORN.

^0 Snapshot, niet méér... Den laatsten keer, dat ik den keizer zag, was op het eenzame perron te Eysden. Toen de lange hoftrein, na pijnlijke deliberaties, ten slotte vertrekken mocht (zacht, als op gummi), zag ik Z. M. bi één van de couloirs: wijde officierscape, snorren, nog steeds „charmante" gebaren.

Thans (hoe lang is het wel niet geleden?: woonde ik sedert niet te Parijs, Genève, Genua en waar niet ai?!), is Doorn de keizerlijke residentie. Méér dan dat: het pelgrimsoord voor half monarchistisch Duitschland. Op het levendige dorpspleintje verdeden de luxewagens, zwaar bepoeierd met het stof der Duitsche rijkswegen, hun gunsten tusschen de twee scherp concurreerende restaurants: Pabst en Lagerwey. De groote boekwinkel (onlogisch groot en goed voorzien, vanwege Hollands' upper ten, die deze majesteitelijke streek beheerscht) hangt vol keizerlijke foto's: Huize Doorn van voren, van achteren, van opzij, het rosarium, de nieuw gebouwde inrijpoort, den Keizer in het rosarium, den keizerlijken takshond.

De eerste, dien ik den weg vraag naar „het huis van den Duitschen Keizer", een klein jongetje van nauwelijks acht jaar, geeft me zonder aarzelen bescheid:

„Rechtuit en dan de eerste laan luiks".

Maar als ik zijn aanwijzing ga volgen blijkt ie niet tevreden: „het is een kastéél" zegt ie, met klem.

Ik loop te ver, en beland bij een achteruitgang met gesmeed ijzeren hek, getooid met een keizerskroon. Daarachter ligt het vorstdijk domein, in de verte een rose schemer van den rhododendrontuin, met beelden en witte banken: 's Keizers lievelingsplek.

Het is stil hier: kwikstaartjes trippelen over het zonnige pad, wippen zonder introductie onder het einddooze hek door, op den grond van Huize Doorn. De enkele wandelaar, die hier voorbijkomt, doet schuw en nieuwsgierig: schuw vanwege dat eigenaardige bewustzijn van onbescheidenheid, dat allen hier bevangt,

Sluiten