Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

202

„tasten" naar de nog onbekende middelen en „waarheden" van een komende periode. Zij allen gebruiken daarbij, uiteraard, de bekende middelen van de eerste vijf onder-rassen (middelen, zooals reinheid en schoonheid, die reeds zóózeer misbruikt en verworden waren, dat ze opnieuw ontdekt konden worden en... moesten worden); en zij allen zullen, zoo ze waarachtig zijn en zichzelf overleven, moeten samenvloeien in een erkenning en aanvaarding van het nieuwe „princip e", dat alsnog ongevormd is, al... zweeft het ook „in de lucht".

Het éénige middel om daartoe te komen is: uitbouw, het overschrijden van de eens gestelde grenzen en het binnentreden in elkanders domein!

Wat onze „exacte wetenschap" in dat opzicht zal hebben overboord te gooien en te aanvaarden, wijst zich reeds uit. Ik heb er hierboven al méér dan voldoende van gezegd. De „Theosofie" zal waarschijnlijk evenzéér hebben te leeren van het Mazdaznan-beginsel als van de hierboven gelaakte empirische wetenschap. Een richting als die van Freud (om de reeks nog met een paar voorbeelden uit te breiden), die haar kracht zocht in het dapper onder het oog zien van de, in de vele zorgvuldig bedekte schuilhoeken van ons onderbewuste voortwoekerende „verlangens", zal uit haar talrijke decepties (hoe vaak werd door eenzijdige toepassing der „Freudsche analyse" de goddelijke ziel niet onherstelbaar gekrenkt?!) de les hebben te trekken, dat geen biologische processen en erfelijkheidsfactoren alléén ons leven en onze individualiteit kunnen „bepalen", en dat de „Ziel" aan andere en eigen wetten gehoorzaamt, die machtig genoeg kunnen zijn (het worstelend „genie") of machtig genoeg kunnen worden gemaakt (Coué en Christian Science) om den weerstand van biologische factoren volledig en uit eigen kracht alleen te overwinnen. Terwijl het „1'art pour l'art"-principe, dat zich aansluit aan de speciale opgaaf van 't Keltische onder-ras, zichzelf reeds blijkbaar overwonnen heeft door het inzicht, dat deze tijd vóór alles „kunst in het practische leven" (z.g. toegepaste kunst) eischt en het genus „kunstzinnig Mensch" boven het antieke genus „kunstenaar" (in den zin van „bijzonder" en derhalve vaak „onmenschelijk" Mensch) prefereert.

En wat tenslotte „Mazdaznan" betreft (het m.i. leidende lichaam van alle Vereenigingen voor „physical culture"), ik zou

Sluiten