Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

207

Die alle klanken bezitten,

Alle vloeiingen en buigzaamheden.

Alle staalharde zekerheden

Van alle talen der wereld.

Dit paleis is gevat

In een boeket van bloemen.

Die spreken, die juichen, die lispelen

Alle talen der Ziel.

Nu rust ik, achter het beeld van den Arbeid.

En uit de verte,

Van achter een marmeren zuil,

Een bed van gouden Geisha-rozen

En een Japansche dwergpalm,

Wenk jij me,

Teere, gele lotos.

Niemand weet wie je bent

Dein ik

En de breede, roode beuk

Die je, als de zon het hoogst staat,

Zoo moederlijk overschaduwt.

III.

Ik dank je, mijn liefste.

Teere bloem.

Nu buigt zich je kopje

En neigt zich te ruste

Over het stille water.

Nu zwijgen de stemmen,

Die den vrede verkondden:

In wijze, bedachtzame woorden.

En boomen en bloemen

Neigen zich, met het licht,

Over de donkere aarde.

Ik buig m'over jou.

Diep over jou.

En over het water,

Dat ons-beiden weerspiegelt.

Vrede mijns harten.

Vrede der wereld!

Vredespaleis, Juli 1926.

Sluiten