Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HANS.

(Dertien maanden).

I.

Een van 2ijn eerste, verstaanbare „woorden" was „tik-tak": de imposante klok met het Westminster-slagwerk, dat, een oogenblik vóór bet gaat slaan, onheilspellend begint te brommen.

Als het zoover is, laat Hans onmiddellijk zijn beer, poesje, kegels en ballen, en zelfs mama, papa en tante in den steek, kijkt vol verwachting naar omhoog, steekt een klein, krom vingertje in de lucht en legt dat vervolgens, in luister-houding, tegen zijn neus.

Hij wacht en „luistert": niet alleen met zijn oortjes, maar ook met zijn groote, blauwe oogen, met zijn handjes- en met alles.

Echter: den laatsten tijd begint de slaande tik-tak al eea... gewoonte voor hem te worden. Hij luistert nog wel, naar het gebrom en tot den laatsten, sonoren slag, maar onderwijl trappelen zijn pantoffel-voetjes in onderbewust verlangen naar zijn speelgoed.

Dit zal Hansjes eerste „laisser faire" worden (zooals we er later zoovéél in ons leven hebben: wonderbaarlijke dingen, als klokken, radio, geboorte en zonneschijn, die we, uit kracht van gewoonte, onopgemerkt aanvaarden): de levende, zelfstandige tik-tik, waar je niet aan mag komen en die dus wel héél gewichtig is, die bromt en slaat als het hem goed dunkt, zóó regelmatig, dat het op den duur geen doen is er elk kwartier opnieuw je kostelijke spel voor in den steek te laten!

II.

Een probleem voor alle ouders van levenslustige kinderen is „het uurtje van gehoorzaamheid".

In den tijd, toen zijn „leeftijd" nog in weken werd geteld, was oom Alex' speciaal gecomponeerd „Slaapliedje" nog voldoende: vooral de vóór-laatste strophe, waar hij nooit zonder een formidabele geeuw overheen kwam. Vervolgens verkoos hij onze armen

Sluiten