Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

235

noodig had voor haar toilet, en de rest van den dag om haar diverse parken, boschjes en tea-rooms door haar illustere aanwezigheid op peil te houden, interesseerde zich maar bar weinig voor de sociale, wetenschappelijke en hoog-artistieke hobbies van haar gemaal. Zijn Universiteits-bibliotheek vond ze saai, zijn openbare leeszalen vies en ordinair, zijn plannen voor de oprichting van wereldtheaters en operagebouwen gingen volgens haar boven hun financieele draagkracht, zijn gemeentelijke waschinrichtingen oordeelde ze overbodig, zijn havenstatistieken onbegrijpelijk — terwijl Adam van zijn kant, hoezeer hij ook zijn best deed, maar weinig enthousiasme kon voelen voor haar herhaalde aankoopen van steeds weer nieuwe wandelparken met gemeentelijke theeschenkerijen en wat dies meer zij. Ze was uiterlijk al mooi genoeg, vond ie, en véél te wuft, en het werd tijd, dat ze zich eens innerlijk wat ging verdiepen en zich, inplaats van haar eeuwige Haagsche-Postverhalen, en Parijsche Boulevardbladen, waarmee ze haar labielen geest nog maar erger uit het evenwicht bracht, wat serieuser lectuur koos. Ze hoefde maar één woord te zeggen en al zijn bibliotheken en archieven stonden te harer beschikking. En waarom ging ze niet eens met hem mee naar het Rijksmuseum met zijn kostelijke verzameling van Primitieven, naar het Prentenkabinet of het Koloniaal Museum, waarvoor ze toch, als bevoorrechte patrones van zoo vele duizenden koloniale verlofgangers en losloopende gepensioeneerden, belangstelling moest koesteren. Of anders, als ze dat dan niet wou, waarom besteedde ze dan niet eens wat meer en ernstiger aandacht aan haar eigen kostbare collecties, inplaats van ze te bewaren in haar bijjouteriekistje als sieraden en aantrekkelijkheid voor vreemdelingen zonder meer, en ze aldus gelijk te stellen met de eerste de beste van haar eeuwige thee-schenkerijen?

Na een dergelijk twistgesprek verdiepte hij zich dan gewoonlijk in één of ander zwaarlijvig boek: Marx's „Historisch Materialisme", de verzamelde preeken van Ds. de Hartog, of het verslag van zijn schoonheidscommissie over een of ander ontworpen gebouw in de éen of andere „uitbreiding" (Oost, West, Zuid of Noord), terwijl de kleine Haga, diep teleurgesteld en gekrenkt, zich weenend een aantrekkelijk toiletje uit koos en zich vervolgens in haar snoezige „conduite

Sluiten