Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZONNE-LIEFDE.

HET zonlicht danst aan den hemel. De Geest van de Zon is blij '. en bemint de Wereld! Arme Geest van de Zon! Wat dénk je nu? Waar is de onbewuste grond van je vreugde? Hoop je, ach ja! met de Aarde te zijn gehuwd? Schenk je haar daarom zooveel licht, Zooveel warmte en kracht?

Arme Zonnegeest! Ik wil je niet ontgoochelen ....

Ik weet, dat je denkt:

Mijn lief herkent me en antwoordt!

Zij begroet me met bloemen,

die zijn als zoovele zonnekinderen.

Ze heeft me lief!

Maar moet ik je er dan aan herinneren ....

Waarom, als je groote vuren zijn getemperd

— groote vuren branden niet lang! — in de kille, klamme wolken van weedom, en je sterke liefde verloren gaat

in een troosteloos Heelal —

waarom, ach, waarom

is ook zij dan grauw en mat,

en geeft ze je dan geen teeken, geheel uit zichzelf,

en schenkt ze je dan niet iets terug,

o groote, droeve Zonnegeest,

van de sterke en machtige liefde

— té sterk en té machtig, o broeder daar omhoog! — waarmee je haar in dagen van vreugde

zoo overdadig hebt gezegend ....

Ween niet, Geest van het Licht!....

Maar waarom ... De bloemen, waarmee ze je begroet

Sluiten