Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

242

heb je immers zélf in haar schoot verwekt. Een donkere, vruchtbare, willooze schoot, die niets bezit van zichzelve. En niets geeft uit zich zelve, dan wat er tevoren is ingestort.

Laat ons maar weenen, geest van God!

Ik weet wel, dat de Aarde en de Vrouwen

er slechts zijn om onze Liefde te spiegelen ...

Heeft een spiegel lief?

Heeft een spiegel lief

als ze den glimlach van liefde teruggeeft,

die zich in haar bedriegelijke diepte heeft gedompeld?

Mint de donkere Aarde den vroolijken Zon

als ze hem de bloemen weergeeft,

die hij in haar schoot heeft verwekt?

Ach, de droevige dagen!

Wat zijn wij dan alléén, geest van de Zon!

^Vat zijn wij dan groot,

gewéldig verloren!

En vér!

Té groot, misschien,

en té ver voor onze liefste!

Lach dan, Zon!

Lach en wees dankbaar!

Zend de Aarde weg — je hebt er de macht toe! —

en je zult nóóit meer lachen!

Omdat er dan niets zal zijn

om je lach te ontvangen, en te weerspiegelen:

in bloemen, in akkers, in dartele kinderen ...

Lach, zoolang je lachen kunt!

En als de dagen van droefheid komen,

de wolken-legioenen, die je aangezicht verduisteren,

bereid je dan vóór op je eenzaamheid!

Draag het als een Man, o T'ai Yang! *)

Chineesche benaming van de Zon: „het Groote Mannelijke".

Sluiten