Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OVER FLORRIE RODRIGO.

Tot de bijzondere verrassingen van het badseizoen behoorde ditmaal *) het optreden van onze Hollandsche danseres Florrie Rodrigo in het Cabaret Pisuisse. Men moge dan al het jolige milieu van Pisuisse's populaire cabaret niet bij uitstek geschikt achten voor zulke uiterst persoonlijke en indringende kunst ,— die immers van geen „schipperen" wil weten ■—, we mogen Jean Louis niettemin dankbaar zijn, dat hij mevrouw Rodrigo de haar toekomende eereplaats qp zijn openingsprogramma heeft afgestaan.

Het Haagsche publiek kent haar nog wel van vroeger, toen ze, vóór haar Berlijnschen tijd, door haar spontaneïteit van dartelen „kwajongen" algemeen geliefd was. Florrie Rodrigo heeft sedert, met den moed der overtuiging, dit gemakkelijke succes prijsgegeven. Ze kwam, nu enkele jaren geleden, tot ons terug als een ernstige, welhaast verdeemoedigde pelgrim (met wellicht een tikje te veel Berlijnsche zwaarte en cerebrale gewichtigheid) op het moeilijke en lange pad van de bewustwording en de volkomen technische beheersching. Boven alles had ze in het Duitsche centrum van plastische danskunst geleerd wat „werken" was, en sedert oefende ze zich dan ook te Amsterdam, tezamen met haar reeds uitstekend getrainde ballet, in het verkrijgen van die discipline en technische vaardigheid, die het lichaam moeten maken tot het perfekte instrument van de muzikale gedachte.

Heeft ze juist gekozen? Na haar optreden, nu enkele weken geleden in den Stadsschouwburg te Amsterdam, werd haar van verschillende kanten een tevéél aan discipline verweten, een teveel aan, zou men kunnen zeggen „cerebraal idealisme", dat de spontane gracie van het dansen tezeer zou verstikken en verstarren. Wie intusschen goed kan zien, en deze merkwaardig sterke en persoonlijke danskunst vermag te beschouwen in het kader van onzen worstelenden tijd, komt veeleer tot de overtuiging, dat hier iets gansch anders bezig is zich te voltrekken. Reeds haar, uiteraard beperkte programma te Scheveningen maakt het ons dan duidelijk: in plaats van haar dartele Mazurka, één van haar lievelingsnummers van tien jaar geleden, die een soortgelijke, voorbijgaande bekoring kon verschaffen als een uitbundig en levensdriftig kinderspel (en dat is, het zij toegegeven, reeds véél) kon, via veel strijd en bewuste beheersching, een „wals" als die op de muziek van S t r awinsky geboren worden, waar immers ook de vreugde reeds doorbreekt, maar nu op een geheel ander plan.

Onzes inziens is de ontwikkelingsgang van Florrie Rodrigo het best waar te nemen in haar drie dansen van B a r t o k, die ze op haar Amsterdamsche matinee achtereenvolgens te zien gaf, en waarvan ze er hier ook één, de laatste,

*) Zomer 1927. — Recensie in „Het Vaderland" van 21 Juni '27.

Sluiten