Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

279

„Ik vind hem een onbeduidenden schrijver, geheel imitatie van Franschen van 1880—1890, imiteerend werkend in de sleur van Baudelaire's opvatting van Poê (7? De Hollandsche dichter gebruikt hiér blijkbaar de Fransche schrijfwijze van den naam des Engelsch-Amerikaanschen schrijvers (Edgar, Allan) Poe), en zoo voort(ü); een onbenullig deel van de van 1880 tot 1900 zichtbare intellectueele en artistieke aardlaag".

Er staat „aardlaag' , maar dit kan natuurlijk ook een sein-fout zijn van een stommen, waanwijzen telegrafist op het Haarlemsche postkantoor.

Doch ik zeg u, op mijn beurt:

„Lodewijk van Deyssel is "

Nee, ik zeg het niet. Het is te triest. Willem Kloos maanziek, van Deyssel dans une terrible agonie, Frederik van Eeden aan de „Tweede Jeugd-verzen"... En ik hield zoo, ik hield zoo „van het proza des heeren van Deyssel"!

Maar dit zeg ik wel:

Gott strafe de uitgevers, die het mogelijk maken, dat koningen onder de dichters op hun ouwen dag zóó publiekelijk onaneeren!

Sluiten