Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DICHTERLEVEN.

Levensliedje.")

Voor M i e n.

Een dichtertje ging. heel alleen. Zijn hartje in de wolken, Door de groote bosschen en velden heen En zag er de menschen en volken. En krabbelde soms, zoo een enkelen keer. Een lieve gedachte, een beeldje. En wendde tersluiks dan het blonde hoofd Naar het snoezig, gevaarlijk!, bordeeltje.

Een dichtertje ging langs het smalle pad,

Het hartje in de wolken.

Ontbeerde van alles, en leed, en bad

Tot Hen, die den Hemel bevolken.

Die zongen een liedje, wel klein en fijn:

Dat was nu der dich teren deeltje!

Maar zijn menschen-lijf schreeuwde — nog méér dan

(van ons! —

Naar het lief en gevaarlijk bordeeltje.

*) In memoriam Jean Louis Pi suisse. — Enkele dagen vóór het tragisch einde van Jean Louis Pisuisse (op 26 Nov. j.1.) hoorde ik hem en zijn „vroolijke kameraden" nog eens in Rotterdam. In de korte pauzes krabbelde ik bovenstaand liedje op den achterkant van zijn programma, liet het den volgenden dag typen en stuurde het hem toe. Ik weet niet of hij het nog gelezen heeft, maar zoo ja, dan is het ongetwijfeld één van de laatste nieuwe „liedjes" geweest, die hij onder de oogen kreeg....

Tenslotte nog dit: het zal slechts weinigen bekend zijn, dat de zoo gelukkige titel „levenslied" waarschijnlijk (zeker ben ik er uiteraard niet van) een uitvinding is geweest van Pisuisse en Blokzijl. Laatstgenoemde schrijft althans in „Astra" van December '27, dat zij het woord op een tournee door Indië ontdekten. Dit dan als een laatste en bescheiden eere-saluut mijnerzijds aan den brillanten causeur en zanger, den franken Bohémien en den gevoeligen mensch, die, helaas!, voorgoed is heengegaan.

Sluiten