Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

291

„INTERVIEW

(Auto-interview voor

„Den Gulden Win cke 1" van

Sept. 1927.).

Mijn „beroep"? Dat is wel de neteligste vraag die u mij kunt stellen. Den laatsten tijd studéér ik weer: sinologie. Er ligt eenig verband tusschen mijn wezen en het Chineesche schriftteeken, zooals dat zich aan den beginneling voordoet. Aan beiden zit oogenschijnlijk kop noch staart. Een feitelijk uitgesproken „karakter" bezit ik niet. Men noemde mij wel eens „het radio-apparaat". Als ik eenigen tijd met iemand omga, assimileer ik me, ga in zijn toon en stijl en terminologie spreken: bij mijn talrijke juristen-vrienden in juridische termen, bij doctoren in medische, bij „jongere dichters" in derzelver meer verheven phraseologie, bij den gemiddelden burgerman in het volks-idioom. Dat gaat zóó ver, dat ik, aan een kennis een brief schrijvende, zelfs zijn handschrift onwillekeurig naboots. Men kan dit, in gunstigen zin, aan een „vergevorderd universalisme" toeschrijven, öf wel het (zooals een oude vriend het deed) de karakteristiek van „een zeer waterigen Waterman" noemen: Aquarius is n.1. de Lips-sleutel tot mijn horoscoop, een astrologisch „merk", dat Helena Burgers eens omschreef als „de overrijpe vrucht, die er slechts op wacht, om af te vallen". Inderdaad voel ik me in hoofdzaak zoodanig, met de daaraan verbonden loomheid, en dat volgroeide dualisme, dat de dingen tegelijkertijd van minstens twee kanten ziet en aldus de durf mist om een geprononceerde opinie te hebben. Alleen wensen ik nog niet „af te vallen". Wat natuurlijk een fout in mijn idealisme is.

Aan bovenomschreven eigenaardigheid zijn m.i. ook mijn „twaalf ambachten" (en twaalf maal twaalf ongelukken) te wijten.

Ik begon mijn studies op het Gymnasium, zette ze voort op kostschool, zoo een knusse maatschappij in het klein, waar ik mijn eerste eigen „blad" stichtte en redigeerde en reeds lange ingezonden stukken aan het (Haagsche) „Vaderland" zond. Later stichtte ik de min of meer beruchte „Kroniek", naar mondain voorbeeld van „The Sketch", en verloor daarmee mijn kapitaal; was oorlogscorrespondent van „Het Vaderland"; gedurende een zwerftocht in de Tropen redacteur van de „Java-Bode" en ambtenaar bij het hoofdbestuur der Post, Telefonie en Telegrafie te Weltevreden, leider van het weekblad „Comoedia", redacteur van het maandblad „Motor", directeur van een N.V. tot Exploitatie van Sigaretten Automaten, en twee jaar aan één stuk redacteur-verslaggever van „De Telegraaf". Daarover thans niet meer.

U ziet, dat ik nogal graag over mezelf praat. Dat is bekend, en wordt me natuurlijk herhaaldelijk verweten, niet het minst door mijn artieste-vrienden! Uit de hoogte hunner „ivoren torens" (expressionisme, neo-romantiek e.d.) roepen dezulken mij vermanend toe: „In je „werk" moet je „onpersoonlijk" zijn!" Ik voel er niets voor. In een tijd, die alle moreele en artistieke dogma's hooghartig heeft verworpen en zijn cultuur van meet af aan gaat herbouwen,

Sluiten