Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ALGEMEENE INLEIDING

7

in het algemeen 't onteerende van de misdaad voelt, daarover met een zekeren afschuw spreekt en den tot zware straf veroordeelde liefst zoover mogelijk uit den weg gaat, valt het ons op dat bij den Inlander de gevoelens van schaamte en afschuw in dit opzicht niet of veel minder sterk aanwezig zijn; vaak ziet men, dat de tot ettelijke jaren gevangenisstraf veroordeelde Inlandsche beklaagde na afloop der terechtzitting op weg naar de boei vergezeld wordt door een heele schare familieleden en kennissen van onbesproken naam. In de Inlandsche maatschappij is de misdadiger na de voldoening zijner schuld, de gelijke van een ieder ander en wordt hij volstrekt niet met schele oogen aangekeken, 't Is meermalen voorgekomen, dat een misdadiger, die zijn straf had ondergaan, na terugkomst in zijn desa, tot desahoofd of desabestuurder werd gekozen uit hoofde van zijn vaak grootere geslepenheid.1) Zoo is 't ook een onloochenbaar feit, dat de omstandigheid eener veroordeeling den Inlander in het algemeen niet in den weg staat om zijn vroegere plaats in de Inlandsche maatschappij te hernemen.

't Spreekt van zelf, dat deze begrippen in streken die reeds sedert langen tijd onder rechtstreeksch bestuur staan onder de werking van Europeesche rechtsbeginselen en invloeden nog slechts verzwakt voorkomen. Zoo wordt daar de schande, die in de straf ligt, door den fatsoenlijken Inlander wel degelijk gevoeld.

F. DE GRENZEN VAN DE HEERSCHAPPIJ VAN HET ADATSTRAFRECHT

In hoeverre komt nu in Indië dat inheemsche strafrecht, waaraan de bovenaangegeven beginselen ten grondslag liggen, nog voor?

„Overal," aldus luidt art. 74 R. R. (130 I. S.), „waar de inlandsche bevolking niet is gelaten in het genot harer eigene rechtspleging, wordt in Nederlandsch-Indië regt gesproken in naam des Konings." De rechtspraak gaat dus in beginsel uit van den Staat en de door dezen aangestelde rechters.

Op 1 Januari 1873 heeft de G. G., gebruik makende van de hem bij art. 75 al 2 R. R. (oud) verstrekte bevoegdheid, het Europeesche strafrecht, slechts in enkele opzichten gewijzigd, op de Inlandsche en daarmee gelijkgestelde bevolkingsgroepen toepasselijk verklaard. Sedert dat jaar, de invoering van het

1) Cfr. Mem. der Kinderen blz. 135.

Sluiten