Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ALGEMEENE INLEIDING

19

bij den misdadiger voordoen. De man, die den grootsten stoot in die richting heeft gegeven, is de Turijnsche psychiater Cesare Lombroso (overleden 1910). Hij verkondigde in zijn beroemd geworden werk „De misdadige mensen"x) de hoofdstelling, dat vele misdadigers als misdadigers ger boren worden. Hij onderzocht de schedels afkomstig van een 350tal misdadigers en stelde ook een onderzoek in naar de physieke, physiologische en psychologische eigenschappen van een groot aantal levende misdadigers. Op grond van bij dit onderzoek bevonden anatomische abnormaliteiten (o. a. groote voorhoofdboezems, groote oogkassen met diepliggende oogen, groote kaken, uitstekende jukbogen) op grond van physiologische afwijkingen (als o. a. verminderd pijngevoel, neiging tot tatouage) en op grond van psychologische afwijkingen (als gemis aan berouw, groote ij delheid) concludeerde deze geleerde tot het bestaan van een misdadigerstype, kwam hijj tot het aannemen van een „type criminel," een samenstel van lichamelijke en geestelijke eigenschappen, waardoor zich de misdadiger van den niet misdadigen mensen zou onderscheiden en die hem, bij wien deze in sterke mate en vooral meerdere tegelijk voorkomen, tot den geboren misdadiger zouden stempelen. Hij schatte het aantal geboren misdadigers, d. z. personen, die door hun organischen aanleg gedoemd zijn misdadigers te worden, op ongeveer 40<>/o van het geheele aantal misdadigers.2) Aanvankelijk vond deze pessimistische leer veel ingang, doch het duurde niet lang of ze ontmoette bij anderen, vooral bij Fransche en Duitsche geleerden, ernstige bestrijding. Ontkend werd de feitelijke grondslag van de stelling van Lombroso, het veelvuldig voorkomen van boven opgenoemde anomalieën bij ernstige misdadigers en als gevolg daarvan werden ook dé

!) Cesare Lombroso, L' Homo delinquente.

2) Tot de aanhangers van de Lombrosiaansche theorie behooren o. a. de Italiaansche geleerden Enrico Ferri en Garofolo en ten onzent de Leidsche professor in de psychiatrie G. Jelgersma.

De verklaring van de in den tekst bedoelde afwijkingen wordt in verschillende richting gezocht: sommigen (z.a. Lombroso) schrijven ze toe aan atavisme d. i. een terugkeer tot eigenschappen en lichaamsvormen van vroegere geslachten en zelfs van lagere diersoorten, waaruit de mensch zich zou hebben ontwikkeld; anderen aan een teruggebleven ontwikkeling, de misdadiger is kind gebleven; weer anderen aan degeneratie.

Sluiten