Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK II

KORTE SCHETS VAN DE GESCHIEDENIS VAN HET STRAFRECHT IN NED.-INDIË !)

§ 5. Het strafrecht in Ned.-Indië. voor 1 Januari 1918

A. INLEIDING

Bij de behandeling van dat onderwerp dienen wij het verschil in ontwikkelingsgang van het voor de Europeanen geldend strafrecht en dat voor de Inlanders in het oog te houden.

Ten aanzien van het eerstgenoemde bestond reeds sedert de oudste tijden der O. I. Compagnie het beginsel, dat het geheele recht en dus ook het strafrecht hetzelfde behoorde te zijn als het in Nederland geldende recht, behoudens de door de Indische toestanden geboden wijzigingen.

Met betrekking tot het inheemsche strafrecht der Inlanders gold als principe eerbiediging van het adatrecht en die toestand bleef in hoofdzaak aldus èn onder het Engelsche tusschenbestuur èn ook na het herstel van het Nederlandsch gezag in Indië. Verschillende samenwerkende factoren hebben echter na dien tijd de strekking gehad het adatstrafrecht opzij te schuiven om, althans in de gouvernementslanden op Java en Madoera, plaats te maken voor het Europeesche strafrecht

Voor 1848, het jaar waarin Indië zich de codificatie van het privaatrecht voor Europeanen en van het formeele recht voor alle bevolkingsgroepen geschonken zag, bestond hier te lande nog geen gecodificeerd strafrecht. Als bronnen van strafrecht golden voor de Europeesche bevolking de verschillende achtereenvolgens in het Staatsblad afgekondigde algemeene verordeningen en de uitgevaardigde bijzondere verordeningen; verder werd er nog steeds recht gesproken volgens het OudHollandsch en Romeinsch recht, waaronder te verstaan valt x) Vgl. „Officieele Bescheiden" blz. 105 e. v. en Gesch. W. v. Str. blz. 8 e. v.

Sluiten