Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GESCHIEDENIS VAN HET STRAFRECHT

37

Gaat men nu het nieuwe wetboek na, dan valt ons aanstonds op de omstandigheid, dat het unificatie-idee daarin tot verwezenlijking is gekomen, d. w. z., dat er thans maar één strafwetboek bestaat, geldende voor alle bevolkingsgroepen in Ned.-Indië, een belangrijke stap alzoo op den weg naar eenheid van wetgeving.x) Door het tot stand gekomen wetboek is thans een belangrijk deel van het positieve recht geünificeerd, het wetboek zelf toch bevat 566 artikelen en in de Inv. Ver. zijn nog ongeveer 300 strafbepalingen gehandhaafd.

In de tweede plaats brengt het nieuwe wetboek ons een strafstelsel, dat uitmunt door soberheid en eenvoud en dat als gevolg van de verwerping van het antieke stelsel van onteerende straffen met de verdeeling van strafbare feiten in misdaden en Wanbedrijven heeft gebroken.2) Maar bovenal een stelsel, waarbij den rechter de vrijheid wordt gelaten, binnen ruim gestelde grenzen, in elk aan zijn oordeel onderworpen geval de straf te bepalen. (Geen z.g.n. speciale strafminima; wel heeft men algemeene strafminima en speciale strafmaxima). In het bijzonder kenmerkt ons wetboek zich evenals het Nederlandsche door den geest van vertrouwen in den rechter, die er in doorstraalt; het bindt het rechterlijk oordeel zoo min mogelijk door wettelijke beperkingen, zoodat, om maar één marquant voorbeeld te noemen, het thans zelfs mogelijk is het misdrijf van moord desnoods met het algemeen minimum der vrijheidstraf, één etmaal, te straffen.3)

1) Aan de afkondiging van het nieuwe strafwetboek is allereerst deze staatkundige beteekenis te hechten, dat daarmee door den Koninklijken wetgever de associatie-idée op het terrein van het publiek recht is geproclameerd.

s) Dusdanige onderscheiding kende de C. P. en ook het Ned. Swb. van vóór 1886. De afgeschafte Indische wetboeken maakten slechts een onderscheid tusschen misdrijven en overtredingen en gaven in de artt. 1 en 2 daarvan een omschrijving, waarbij de op het strafbare feit gestelde straf als criterium diende.

- 3) Om de in den tekst vermelde belangrijke beginselen, die het Ned. strafwetboek kenmerken, kan dat wetboek de naam van een nationaal Nederlandsch wetboek worden toegekend. Herhaaldelijk werd ons volk om dit zoo voortreffelijk product van nationaal legislatieven arbeid lof toegezwaaid. Zoo werd o. a. door den advocaat-generaal Malines te Chambéry in dit verband over het Nederlandsche volk gesproken als over: „Ce grand petit peuple".

Mag men nu echter — en dit is een andere vraag — van het nieuwe wetboek, dat nationaal Nederlandsch is, ook zeggen, dat het nationaal-Indisch is? Hoe het antwoord op deze vraag zij, vaststaat, dat bij de ontwerpers

Sluiten