Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GESCHIEDENIS VAN HET STRAFRECHT

45

eens in zijn geheel van kracht gebleven, behoudens de in art» 5 Inv. Ver. vermelde wijzigingen. Ieder feit, strafbaar volgens de militaire wetten, Wordt, voorzoover het niet als disciplinair vergrijp is te beschouwen, als misdrijf aangemerkt.

De bij bijzondere algemeene verordeningen verleende bevoegdheid tot het opsporen van strafbare feiten, blijft, ook voorzoover tegen die feiten thans in het W. van Str. is voorzien, gehandhaafd (art. 8 Inv. Ver.)

Over de artt. 9—20 spraken we met een enkel woord hierboven § 5 sub C. Art. 20 beoogt de omschrijving van de misdrijven in de Uitleveringsverordening (K. B. Stbl. 1883. No. 188, gew. bij K. B. 1895 Stbl. No. 62) in overeenstemming te brengen met de terminologie van het Swb. Naast meineed vinden we het misdrijf van aanzetting tot meineed (art. 243 Swb.) er mede in opgenomen.

Art. 21 bevat eenige wijzigingen aangebracht in eenige andere KBen en Ordonnanties.

In § 3 Inv. Ver. wordt allereerst gewag gemaakt van de wetgevende bevoegdheid van den G. G.; deze blijft bevoegd de in de Inv. Ver. gehandhaafde of gewijzigde bepalingen van van. alg. verordn., voorzoover die van hem zijn uitgegaan, te Wijzigen of in te trekken.1)

Naast het strafrecht, voorkomende in het W. van Str. en in bijzondere alg. verord11., komen als bron van Ned.-Indisch strafrecht in aanmerking de strafbepalingen, voorkomende in de regelingen uitgevaardigd door ambtenaren met het hoogst

van 1815 met de verschillende wijzigingen, die daarin achtereenvolgens werden gebracht, en het Reglement op de Krijgstucht (vastgesteld bij dezelfde wet van 1815), waarin disciplinaire overtredingen strafbaar gesteld zijn.

Op de militaire personen, dienende op de tijdelijk in Ned. Indië vertoevende oorlogsschepen, zijn, als behoorende tot de Nederlandsche krijgsmacht, van zelf de in 1923 ingevoerde nieuwe bepalingen van militair strafrecht van toepassing.

Bij Stbl. 1924 No. 178 werd een K. B. afgekondigd betreffende de straten tuchtklassen voor de zee- en voor de landmacht, bij Stbl. 1924 No. 179 een Reglement op de Krijgstucht: beide zijn echter nog niet in werking getreden.

!) Doel van dit artikel is uitdrukkelijk te doen uitkomen, dat, niettegenstaande ten aanzien van sommige door den G. G. vastgestelde regelingen door de Koningin in de Inv. Ver. nadere regelingen of wijzigingen zijn vastgesteld, dit ingrijpen van den Koninklijken wetgever 's Landvoogds verdere competentie onaangetast laat.

Sluiten