Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE STRAFWET

57

beperkt. *) Het in art. 1 al. 1 uitgesproken beginsel verzet zich tegen elke analogische interpretatie, waardoor een feit, waartegen niet van te voren bij een Wettelijke strafbepaling straf is voorzien, strafbaar zou worden. Evenmin geoorloofd is een zoodanige uitlegging, waarbij aan een uitdrukkelijke bepaling omtrent niet-strafbaarheid of verminderde strafbaarheid "buiten de uitdrukkelijk genoemde gevallen uitbreiding wordt gegeven (bijv. in het geval van art. 221 slotalinea).

De Negende Titel Swb., alleen geldende —in tegenstelling met de eerste acht Titels —voor dit wetboek, bevat een authentieke, d.i. een van den wetgever zelf afkomstige interpretatie van sommige in het wetboek gebezigde uitdrukkingen. Indien de wetgever een omschrijving geeft van de beteekenis, waarin hij een term of woord gebruikt, bedient hij zich van de woorden: „onder . . . wordt verstaan" (vgl. de artt. 90, 94, 95, 97, 98 en 101); in geval hij echter aan een woord of term een beteekenis wil gehecht zien buiten datgene wat er anders taalkundig onder valt, dus een uitbreiding wil geven, gebruikt hij de woorden: „Onder . . . wordt begrepen" (vgl. de artt. 86, 91, 92, 96, 99 en 100).2)

1) Niet geheel uitgesloten echter. Zie als voorb. van analogische interpretatie op het gebied van het strafrecht Hoofdst. VI § 47 C slot.

In tegenstelling met onze West-europeesche strafwetboeken verklaart het Soviet-strafrecht de analogische toepassing van strafrechtelijke voorschriften voor geoorloofd. Dit lijkt me een in het strafrecht hoogst gevaarlijk principe, waarbij den strafrechter een buitengewone macht in handen wordt gelegd en aan de rechtszekerheid ernstig afbreuk wordt gedaan. In Rusland is men hiermee feitelijk weer teruggekeerd naar de dagen van vóór Beccaria. Analogische uitlegging op het terrein van het strafrecht acht ik uitgesloten, dit ter wille der rechtszekerheid en de persoonlijke vrijheid, en wel onder Mie omstandigheden. i(

2) Art. 92 beoogt een uitbreiding te geven aan het begrip „ambtenaar Er is hierbij echter verzuimd rekening te houden met de verschillende categorieën van leden van den Volksraad, welk lichaam na de vaststelling van het W. van Str., maar vóór de inwerkingtreding daarvan zijn intrede deed. Hierdoor is een ongewenschte ongelijkheid ontstaan in de rechtspositie der Volksraadsleden, immers, terwijl een deel daarvan, voorzoover door de locale raden gekozen, krachtens art. 92 als „ambtenaar" moet worden aangemerkt, is dat met het andere deel, n.1. de door de regeermg benoemde leden, niet het geval. Evenals dat t. a. v. de leden der locale raden is geschied, had ook voor den Volksraad moeten zijn bepaald, dat mede onder ambtenaren zijn begrepen, de leden, die dat niet zqn krachtens een verkiezing. Dit punt is van belang in verband met de verzwarende omstandigheid, gelegen in de hoedanigheid van ambtenaar volgens art. 52 en de ambtsmisdrijven van Boek II Titel 28.

Sluiten